Roos Schlikker. Beeld Marjolein van Damme
Roos Schlikker.Beeld Marjolein van Damme

Nooit slaat iemand een jas om de dronken vrouw heen

PlusRoos Schlikker

Roos Schlikker

In mijn straat loopt een kerel met een gitaar waar hij nooit op speelt. Hij gebruikt hem om te slaan. Woest lassoot hij het ding boven zijn hoofd. Soms raakt hij iemand, waarna een buurtgenoot de politie belt. Stevige mannen werken hem tegen de grond, zijn gebrul galmt tegen de winkelruiten. Horizontaal wordt de man een busje in geschoven. Twee dagen later strompelt hij alweer over mijn stoep.

Op het plein verderop zit elke avond een dronken vrouw. Twee flessen vieux draagt ze als baby’s in haar armen. Haar zonnebril ontneemt ons haar blik en haar het licht op de wereld. Dat licht is al jaren geleden uitgegaan. Ze zingt soms. “Rosanne, ik weet dat er heel veel mannen zijn.” Dan weer declameert ze Bijbelteksten. Er zijn avonden waarop ze zich tollend ­uitkleedt, alsof ze de wereld wil vertellen: Zie mij! Kijk naar mij! Dit ben ik in al mijn naaktheid.

Nooit slaat iemand een jas om haar heen.

In de krant stond een brief van een echtpaar van 70 en 79. Hun zoon hoort voortdurend stemmen. Het gebulder in zijn kop probeert hij te verstillen met verslavende middelen. Van de GGZ mag hij niet naar een kliniek, want ‘beter worden doe je thuis’. Maar welk thuis? De man is zijn woning allang uitgegooid en leeft op straat. ‘Wij zijn machteloos,’ schrijven zijn vader en moeder. ‘Gevangen in de zorg voor hem.’ Want instellingen voor deze ernstig zieken zijn er nauwelijks meer.

Met een dichtgeschroefde keel lees ik de wanhoopswoorden van de ouders: ‘Wij zijn langzamerhand de dood gaan zien als een barmhartige vriend en oplossing.’

Dit is ons land. Waar straten, pleinen, kranten overstromen met verwarden, doorgedraaiden, mensen aan wie liefst zo min mogelijk aandacht wordt besteed. Door burgers die snel, snel een winkel in willen waar deze malle types net voor staan te lallen. ‘Ksst. Wegwezen, ik moet nog sinterklaascadeautjes kopen.’ Door instanties die ze als hete aardappels aan elkaar doorschuiven. ‘Sorry, we zitten vol.’ Door de overheid die als een slager al het vlees van de psychische gezondheidszorg heeft gesneden, net zo lang tot slechts een mager karkas is overgebleven.

Het is verbijsterend. Zij die het leven slecht kunnen dragen, moeten wórden gedragen. Maar dat gebeurt niet. Pappen en nathouden is het devies. Een pleister op een bebloede knie en hoppa, ga maar weer buitenspelen. Nederland is een van de meest welvarende landen ter wereld. Maar een maatschappij die zo slecht zorgt voor haar allerkwetsbaarsten is diep armoedig.

In mijn straat loopt een kerel met een gitaar waar hij nooit op speelt. Mijn kin­deren maan ik hem te mijden. “Ga maar naar de overkant,” zeg ik als ik zijn gekrijs hoor naderen. Want natuurlijk ben ik bang. Zoals iedereen. Maar juist hij is degene om wie Nederland de armen heen moet slaan. We moeten de pleinvrouw een jas geven om haar naakte gekte te verwarmen. En de zoon van het bejaarde stel uit de krant zacht aaien tot hij in slaap valt. Zodat zijn ouders eindelijk even kunnen rusten.

Roos Schlikker (1975) is journalist en schrijfster van boeken en toneelstukken. Elke zaterdag schrijft ze een column voor Het Parool.

Reageren? r.schlikker@parool.nl.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden