Roos Schlikker Beeld Marjolein van Damme
Roos SchlikkerBeeld Marjolein van Damme

Nooit gedacht dat een paardenlul troost kon bieden

PlusRoos Schlikker

Roos Schlikker

Niet zonder trots leunt de eigenaar van Joep achterover. Mijn mond hapt in het luchtledige, terwijl ik tuttig naar zijn beest wijs. “Wat, eeeeeh, is dat?” Hij lacht breed als hij mijn verschrikte kop ziet. “Had je niet verwacht, hè?”

We zitten met enkele hondenbezitters aan de koffie bij het uitlaatveldje. Gebabbel vult de dagelijks koeler wordende lucht aan het IJ. Over de hondenkapper, over een beest dat de hele tijd stront eet uit poepzakjes die door anderen achteloos in de bosjes zijn gesmeten, over de eeuwige vraag: mag Fifi op het bed slapen of niet?

Dan komt Joep aangewaggeld, een koddige bulterriër met zo’n platgeslagen neus, die hij affectueus in mijn knieholte boort. Mijn hand is al op aaihoogte, als ik hem plotsklaps terugtrek. Wat hangt daar nou onder Joeps lendenen? Het is knalrood, heeft de dikte van een dubbelgeklapte rookworst en lijkt het dier zwaartekracht-technisch zowat naar de grond te trekken. Mijn hemel. Zelfs ‘tampeloeres’ klinkt nog als een te bescheiden woord voor wat er uit deze hond is geschoven.

Het apparaat doet me denken aan een dag op een manege. Mijn moeder lag in coma, de dagen werden gevuld met slappe ziekenhuiskoffie, IC-apparatengepiep, slechtnieuwsgesprekken. Een lieve vriendin belde. “Kom morgen met je jongens Luisje, mijn paard, wassen. Dat verzet jullie zinnen.” En of het dat deed. Toen we de hengstenrug inzeepten, hing er plotseling onder ons een unit formaatje stokbrood. “Zooooooooooo!” brulde mijn zevenjarige zoon, danig onder de indruk.

Het meest gebruikte woord in die weken naast “hersentrauma,” “slachtofferhulp,” “halfzijdige verlamming” en uiteindelijk “dood” was in ons gezin “Zooooooooooo!” – waarna we allemaal begonnen te grijnzen. Nooit gedacht dat een paardenlul troost kon bieden, maar in wanhopige tijden tref je strohalmen op vreemde plekken.

Ik word uit mijn gemijmer gehaald door de keiharde lach van Joeps baas die, wijzend naar de worst, roept: “Gek hè, stiekem ben ik er best een beetje tevreden over.”

Dat is inderdaad gek, maar mensen scheppen wel vaker op over hun huisdier. Hoe vaak hoor je iemand niet vertellen dat hun hartenlap “heel intelligent” is. Ergens hoopt zo’n baasje dat het veronderstelde hoge IQ van Diederik de Siamees samenvalt met zijn eigen slimheidsgraad. Ook geinig: de eigenaar van chihuahua Martin die aan de ganse goegemeente vertelt dat het beest “zo sociaal” is. Wat diezelfde eigenaar overigens iets té sociaal maakt.

Dus misschien kleeft ons toch iets aan van het gedrag van onze beesten. Mijn lievelingsoverbuurvrouw heeft een teckel. Middagenlang zit ze op de stoep voor haar galerie met voor zich een uitgestrekte Sam. Ernaast een bordje: ‘Wereldkampioen in-de-weg-liggen’ om voetgangers te waarschuwen voor de hotdog op pootjes. Maar zelf kan ze er ook wat van. Ze is een belangrijke aanwezigheid in mijn leven geworden, puur door er te zijn. Ik struikel doodgraag over haar.

Intussen loopt tampeloeresboy doodgemoedereerd schommelend door de struiken, zijn baasje wijdbeens erachteraan.

Net op dat moment draait mijn Frenkie een enorme bolus onder de terrastafel. Ik heb geen idee wat dat zegt over mij, maar het belooft weinig goeds.

Roos Schlikker (1975) is journalist en schrijfster van boeken en toneelstukken. Elke zaterdag schrijft ze een column voor Het Parool.

Reageren? r.schlikker@parool.nl.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden