Opinie

Nog steeds nogal verliefd op Amsterdam

Alleen maar hufters en plurken? De binnenstad als pretpark?

Beeld ANP

Lezers van Het Parool betogen woensdag het tegendeel: Bezie de mooiste stad van de wereld. Raap eitjes in Nieuw-West. En hou je ogen open voor naastenliefde.

Living the dream

Dan weer is 't dorpscentrum te druk, dan weer is de Dam, alwaar het krioelt van de hufters, toe aan een opknapbeurt. Althans volgens de media, bewoners, kenners, schrijvers, publicisten, burgers en buitenlui.

Ik ben zo'n gast van buiten, en nog steeds nogal verliefd op Amsterdam. In de drie jaar dat ik mezelf deeltijdbewoner (want timesharestudiootje) van de hoofdstad voel, heb óók ik wat te vinden. Als eerste wil ik iets zeggen over dat zogenaamde dorp dat Amsterdam heet.

Sinds ik vrijdag doodleuk de A'DAM Toren binnenbanjerde en helemaal bovenin uitkwam, weet ik de plek waar mensen die dergelijke ongein uitkramen naartoe moeten: de A'DAM Toren geneest je in één klap van een hoop ruis in je kop.

Amsterdam een aaneenschakeling van dorpjes? Laat me niet lachen. Uitkijkend over de vertes, richting het IJsselmeer, de Zuidas, over Noord en richting IJmuiden: Amsterdam is de mooiste stad ter wereld. Oké dan, samen met Rio!

Hufters en plurken: in die drie jaar - zeg 120 weekeindes, dus 240 dagen - heb ik tegen hopen mensen aan lopen lullen en maar amper hufterige replieken retour gekregen. Wel ontmoette ik hopen aardige Amsterdammers, bedienend personeel, boekengekken, van import tot expat, toeristen, studentes, wegwerkers, woonbootbewoners en ga zo maar door.

De hufterigheid die ik op mijn pad ben tegengekomen was indirect: waarom hebben mijn medefietsers de op het fietspad liggende fiets niet eerder al opzij geschoven? Nou ja, doe ik 't toch!

Het zal de lezer niet verbazen: ik ben verliefd op A'dam, juist ook vanwege de vele bloedmooie Eva's. Nog steeds is 't alsof ik hier helium inadem, zelfs als ik langs de OBA fiets (niet langs die prachtige hoofdbibliotheek, maar langs de kolenoverslag).

Oké, ik woon hier niet, wél is het de stad van mijn moeder. In mijn botten voel ik me een halve Amsterdammer. Mijn tip aan iedere Amsterdammer die zijn stad maar dorps, druk, vies en plurkerig vindt: rep je als de sodemieter naar de A'DAM Toren, reserveer een tafel in dat restaurant en droom een eind weg: living the dream, dat doe je nergens zo fijn als in Amsterdam.

Wouter Krijbolder

Kakelverse eitjes

Bij Het Parool kun je de laatste tijd veel lezen over binnenstadbewoners die klagen over de drukte in de stad, bijvoorbeeld Marjo Rijnders afgelopen zaterdag. De binnenstad is verworden tot een pretpark, schrijft zij.

Teruggaan naar de jaren tachtig is helaas niet mogelijk, maar ik heb wel een andere oplossing voor klagende binnenstadbewoners: verkoop je te kleine appartement op twee hoog in het centrum, koop er een twee keer zo grote woning mét tuin in Nieuw-West voor terug en leef van het resterende bedrag dat je nog overhoudt aan deze transactie als God in Frankrijk.

Hoe dat kan in Nieuw-West? Nou bijvoorbeeld door je eigen kakelverse eitjes te rapen in de Fruittuin van West, waar de kippen gewoon los rondlopen en waar je heerlijk koffie kunt drinken; door een van de vele actieve broedplaatsen te bezoeken en in gesprek te raken met lokale en internationale kunstenaars en bewoners; door te lopen in het rustige Sloterpark en te kanoën of te zeilen op de prachtige Sloterplas; door te genieten van de Turkse cuisine in de verschillende hippe restaurants, etcetera etcetera.

Er zijn hier nog vele, niet door hipsters ontdekte pareltjes en ruwe diamanten. Bovendien heb je hier nog rust en ruimte. En snak je af en toe toch naar die drukke binnenstad? Dan pak je de fiets of de tram en zit je binnen een kwartier in het Vondelpark en binnen twintig minuten in hartje Jordaan. Dat bevalt ons al zeventien jaar uitstekend!

Liesbeth van der Woud, Amsterdam

Verademing

Hoofddorpplein, enkele maanden geleden. Ik zit op de fiets, en voor mij rijdt een meisje op een scooter. Ze slipt in de trambaan en gaat hard onderuit, de scooter klettert op de grond.

Onmiddellijk staan er vijf mensen om haar heen, mezelf incluis. We informeren hoe het met haar gaat, en met zijn allen zetten we de scooter weer overeind.

Onder de helpenden is ook een man van tegen de tachtig jaar oud. "Gaat het kind?" vraagt hij, "zal ik even bij je blijven tot je je weer wat beter voelt?"

Het gaat goed met het meisje, het valt gelukkig allemaal nogal mee. Ik fiets uiteindelijk door, een brok in mijn keel. Wát een verademing, zo veel naastenliefde, in deze tijd van horkerigheid en desinteresse.

Ans Zoomers, Amsterdam

Barmhartige Samaritanen

'De anonimiteit maakt ons asociaal' (nieuws) en 'Een vreemde in mijn eigen stad' (Brief van de dag), twee terechte bijdragen in Het Parool van zaterdag over hufterigheid. Hier toch ook even mijn ervaring.

Vrijdag jongstleden rond één uur 's middags, omgeving Victoria Hotel. Ik kijk niet uit, struikel en val recht vooruit plat op de straatstenen. Het bloed uit mijn hoofd is haast niet te stelpen. Onmiddellijk word ik omringd door heel veel hulpvaardige mensen.

Toegegeven: ik hoor bijna alleen maar Engels. Ondanks helpende handen ben ik een poosje niet in staat om overeind te komen. Zodra de helpende handen erin slagen, word ik naar de stenen banken bij de rondvaartboten gebracht. Ik hoor dat ondertussen 112 gewaarschuwd is en eraan komt met ambulance.

Een aantal helpers neemt nu afscheid met achterlating van pakketjes tissues. Een van hen giet nog even een flesje water over mijn rood-natte handen. Tenslotte blijft één 'vreemdeling' over, een jonge vrouw.

Zij blijkt een Zweedse te zijn die perfect Nederlands spreekt: "Ik werk bij de radio. Mijn werk voor vandaag zit erop en ik heb dus de hele dag de tijd voor u...". Maar daar komt de ambulance aan. Haar taak eindigt bij het gidsen van de officiële helpers met hun ambulante hulppost naar mijn plekje.

Er zijn in Amsterdam onder de vreemdelingen in elk geval ook Barmhartige Samaritanen. En ik weet niet eens of ik, nog steeds door de schrik bevangen, wel dankbaar genoeg afscheid heb genomen.

Als mijn Zweedse weldoenster een kopje koffie op de uiteindelijk goede afloop wil: de redactie (hethoogstewoord@parool.nl) heeft mijn adres.

Huib Godding (96), Leiden

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden