null Beeld Sjoukje Bierma
Beeld Sjoukje Bierma

Niets zo triest als een verlicht maar onbespeeld veld

PlusMaarten Moll

Maarten Moll

Op de klanken van een West-Russische band gingen de benen rond.

De spinningles was van de avond naar de middag verzet. Met een bomvolle zaal tot gevolg. Wat vriend B. de uitspraak ontlokte: “Wordt er in dit land nog wel gewerkt?”

Een paar verstoorde blikken waren zijn deel.

Het was, nadat we ook obscure Oekraïense en Poolse nummers voor de kiezen hadden gehad (dank u, samensteller H.), duidelijk dat niet iedereen de transitie van zeven uur ’s avonds naar half vier ’s middags aankon. Er werd ook onbedaarlijk gehoest.

“Dit is niet goed voor mijn biologische klok,” meende ik om tien voor vier ergens voor me te horen. “Dit gaat klonteren in mijn darmen.”

En: “De lantaarns zijn nog niet eens aan.”

Op de Jaap Edenbaan waren maar een paar schaatsers te zien.

Om kwart voor vijf stond ik buiten nog wat na te praten met B.

“Wat moeten we nu met onze avond?”

“Op de BBC is een heel mooie documentaire,” zei B. “Over zoetwatervissen.”

Even hield hij zijn gezocht in de plooi. Toen begon hij heel hard te lachen.

Ik fietste naar huis. Tussen de sportvelden van Middenmeer door.

Het schemerde al flink.

Niemand op de velden te zien.

Ik dacht aan de opmerking die ik tijdens het spinnen had gehoord, en het adagium uit mijn jeugd kwam weer bovendrijven.

“Als de lantaarns aangaan, kom je naar huis.”

“Ja, maar…”

“Anders zeg ik het tegen je vader.”

Natuurlijk stond het dan net 7-7 en had jij de bal.

Of was je stiekem een blikje Shandy aan het leegdrinken.

Ik zag alleen verlaten velden. Een enkele nog verlicht.

Niets zo triest als een verlicht maar onbespeeld veld.

Ik miste ook het geluid van stick tegen bal, of, de bal die tegen de plank knalt.

Overal kunstgras, wat ook al ernstig op mijn gemoed werkte.

Een herinnering.

Diep in de herfst, de avondtraining. In de regen. Op het veld dat een maand na het begin van het seizoen al door ons kaalgevreten was. Op die enorme zandvlakte met onpeilbaar diepe plassen water slidings maken.

Modderige gezichten. Sponzige trainingsbroeken met het kruis tussen de knieën.

De bal met opzet in een plas water schuiven en er dan met z’n allen op af glijden.

De loodzware voetbaltas in de keuken voor de wasmachine laten ploffen.

Je moeder die, je lag al in bed van winnende doelpunten te dromen, je slaapkamer binnenkwam en de al behoorlijk ruikende voetbaltas voor je bed liet ploffen met de mededeling of dat de prins dacht dat het hier een hotel was.

De stilte haalde me uit mijn droom.

Het was nog geen vijf uur, maar nergens meer sportende mensen te zien.

Zoetwatervissen. Slidings.

Gelukkig begon het niet harder te regenen.

Ergens floepte het licht uit.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden