James Worthy. Beeld Agata Nowicka

Niets schommelt zo als het leven

Plus James Worthy

Op het bankje naast de speeltuin zitten twee mannen grote blikken bier te drinken. Terwijl de kinderen het trappetje van de glijbaan beklimmen, glijden de twee mannen steeds verder af. Ze zijn zo dronken dat ze zich onzichtbaar wanen.

Een meisje zit op de schommel. Ze draagt rode kaplaarzen onder een roze jurkje. Ze schommelt zo hoog dat de vliegtuigen die over de stad vliegen haar moeten ontwijken. De mannen trekken twee nieuwe blikken bier open. Ik hoop dat ze voordat ze een slok nemen met elkaar proosten, maar ze proosten niet. Ze hebben niets om op te drinken en daarom drinken ze.

De ene man draagt een trainingspak van een Amsterdamse amateurclub die niet meer bestaat. In zijn rechterschoen zit een gat. Zijn grote teen steekt uit de schoen als de periscoop van een onderzeeër. De andere man is met een tandenborstel een bakje krabsalade leeg aan het eten. Hij ziet er slim uit, maar ook verward. Hij ziet eruit als een wiskundeleraar die op een dag gewoon de tel is kwijtgeraakt.

Mijn zoon zit op de wip. Aan de andere kant van de wip zit een jongen die twee koppen groter is.

Misschien moet ik op de mannen afstappen en ze vragen weg te gaan. Maar ik weet eigenlijk niet waarom. Ze doen niets verkeerds. Dit is ook hun stad. De kinderen in de speeltuin zien de mannen niet en de mannen zien de kinderen niet. Ze leven op dezelfde planeet, maar in een andere wereld.

De kinderen zijn in een speeltuin in de stad aan het spelen. Voor de mannen is de stad een speeltuin. Een bijzonder verraderlijke speeltuin. Ze liggen met bloedende knieën onderaan het klimrek. Alles draait. Ze hebben samen een draaimolen van bierblikken ­gebouwd. De ene man stapt op het paard en de andere man neemt plaats in de koets. Ze drinken en ze draaien. Hun wereld is een waas van lichtjes en vage schaduwen. Ze draaien en ze drinken. En ze wachten op het ­allerlaatste rondje.

Het meisje is nog steeds de planeten wakker aan het schommelen. De kaplaarzen zijn van haar voeten gevallen. Er staan zeepaardjes op haar sokken. Haar vader staat vijf meter achter haar. Hij kijkt de hele tijd op zijn telefoon. En soms naar haar. Ook hij is in een andere wereld. Zijn werk is zijn speeltuin.

De mannen drinken zo snel dat het bier een helm op heeft gezet. Ze hebben nog steeds niet geproost.

Wanneer het schommelmeisje van de schommel valt, kijken de mannen naar het meisje. Voor even leven ze in dezelfde wereld. Ze nemen geen slok. De man in het trainingspak loopt naar haar toe en vraagt of ze pijn heeft. Ze zegt nee.

“Wilt u misschien even schommelen, meneer?” vraagt het meisje aan de man.

“Dat is lief van je, maar ik hoef niet te schommelen. Ik weet hoe het voelt. Geloof mij. Niets schommelt zo als het leven.”

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug.

Reageren? james@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden