James Worthy Beeld Agata Nowicka

‘Niets kan zo krenken als een ­matig compliment’

Plus James Worthy

Hij trekt de deur van de taxi open, gaat zitten en veegt de regendruppels die mee naar binnen zijn geglipt van de leren bekleding.

“Shit.”

“Wat is er? Ruikt het hier gek? Ik deel mijn taxi met een vriend van me en die rookt zware shag.”

“Nee, ik ben mijn paraplu in de kroeg vergeten. En ­natuurlijk is het maar een paraplu, maar zoals ik met mijn dingen omga, zo zullen de mensen ook met mij omgaan. Daar geloof ik heilig in.”

“Dan zal je in de nabije toekomst door iemand worden vergeten in de kroeg.”

“Of ik vergeet mezelf in de kroeg.”

“Dat is ook een optie. Waar moet je heen, schat?”

“Naar het mooie gedeelte van de Middenweg.”

“Even denken. Daar bij Park Frankendael?”

“Exact!”

“Dan doen we dat. Heb je nog voorkeuren qua route?”

“Doe jij maar gewoon lekker je ding. Ik vertrouw je. En…”

“Wat?”

“Ik weet niet of ik dit mag zeggen. Of ik het kan zeggen. In 2019 moet je oppassen met de complimenten die je een ander geeft. Niets kan zo krenken als een ­matig compliment, maar ik ben echt blij dat je een vrouw bent. Een vrouwelijke taxichauffeur. Dat zie je bijna nooit meer. En dat doet pijn. Ik weet niet of ik wel wil leven in een wereld waarin vrouwen geen taxichauffeur meer willen worden.”

“We willen het wel, maar het gaat om het kunnen. Het is af en toe best eng. Mijn echtgenoot is brandweerman en hij is van mening dat mijn beroep gevaarlijker is. Hij gaat naar het vuur toe, maar bij mij stapt het vuur in. Zie je dit litteken op mijn hoofd? Ik bracht een man naar een adresje in Zeeburg. Toen ik afremde voor een stoplicht voelde ik een keiharde klap op mijn achterhoofd. Dus ik pakte mijn portemonnee en zei dat hij ­alles mocht hebben. Daarna hoorde ik hem lachen. Hij hoefde mijn geld niet, hij wilde me alleen slaan. Ik droom nog vaak over hem. Dan droom ik dat ik zijn huis in de fik heb gestoken en dat ik de kazerne van mijn man bel. En dat mijn man en zijn collega’s wel naar zijn adres komen, maar niet ingrijpen. Gewoon omdat het kan. Niet iedereen heeft recht op bluswater.”

“En heb je sindsdien iets van bescherming bij je? ­Pepperspray of zo?”

“Zo’n spray heb ik, maar weet je wat ik echt haat? Dat mensen zeggen dat ik op karate moet gaan. Dat ik ­mezelf moet leren verdedigen. Dus dan moet ik op ­karate, omdat sommige mannen agressief zijn? Dat is de omgekeerde wereld, toch? De aanvaller moet aan zichzelf gaan werken, niet ik. Een paar weken geleden zat er een klant op de stoel achter me. Hij zag er netjes uit. Hij wilde van de Zuidas naar de Rozengracht. En op de Overtoom greep hij me plotseling bij mijn borsten. Ik wees naar het cameraatje. De aanranding stond op beeld, maar hij was er niet van onder de indruk. Dan verf ik mijn haar en neem ik kleurlenzen, zei hij toen hij uitstapte en wegrende.”

“De wereld is gek geworden. Knotsgek. Hier moet ik zijn. Daar naast dat café. Daar waar die twee dronken mensen staan te zoenen. Ik wil je bedanken voor deze prachtige rit. Echt waar. Ik zal je niet snel vergeten.”

“Jaja, dat zei je eerder vandaag vast ook tegen je paraplu. Heb nog een fijne nacht, schat.”

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug.

Reageren? james@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden