Plus Column

Niet slecht voor een Hollands plantsoen

Yasmina Aboutaleb (29) rapporteert op dinsdag en donderdag vanuit de stad.

Beeld Agata Nowicka

Ze schudden allemaal meewarig hun hoofd, de mensen aan wie ik vraag of ze weten waar het Bos en Lommerplantsoen ligt. Het kan niet ver meer zijn, op mijn telefoon had ik een rood stipje vlak bij mijn bewegende, blauwe bolletje zien staan. Maar de batterij is leeg en dus sta ik op een lawaaiig kruispunt om me heen te kijken.

Een laatste poging. Dit keer benader ik een blonde vrouw. Ze woont hier niet in de buurt, maar ze zegt het wel te weten. Niet zo heel zeker, hoor, je moet haar er niet op vast pinnen, maar als ze zich niet vergist, is het dáár. Ze wijst naar een kolossaal gebouw aan de overkant. In het midden van de voorgevel is een poort. Daar moet ik doorheen, denkt ze.

Hier moet ik het mee doen. Ik vertrek richting het gat. Terwijl ik door de tochtige poort loop, ontvouwt zich een indrukwekkend uitzicht. Ik bedoel: bij een plantsoen verwachtte ik wel een strookje groen, maar dit? Beneden me ligt een tuin van chateau-achtige omvang. En dan heeft de tuin ook nog eens verdiepingen, terrassen.

Het zijn misschien niet de Baha'i tuinen die ik in Haifa zag, met achttien terrassen, palmen, fonteinen, decoratieve tegelpatronen, stenen balustraden en beeldhouwwerken, maar voor een Hollands plantsoen in een winderig wijkje is dit zeker niet slecht. Vakken met afwisselend moestuinen, kruidentuinen, kleurige bloementuinen en gazon. Alles keurig verzorgd en in volle lentebloei.

In het midden van het plantsoen ligt iets wat me doet denken aan een Arabische vijver, zoals je die ook vaak in een Marokkaanse riad aantreft: een fraai betegelde bak water zonder vissen. Hier kleuren de turquoise en grijze tegeltjes het water blauw. De waterspuwers waar ik volgens een gemeentelijk bord voor moet oppassen, staan jammer genoeg niet aan.

Ik ga zitten op een bankje, midden in het gigantische plantsoen, het zachte, haast oorstrelende geruis van de snelweg op de achtergrond.

En dan te bedenken dat ik hier niet voor de tuin kwam, maar voor het Gakgebouw dat het hoogtepunt wordt genoemd in het oeuvre van architect Benjamin Merkelbach. Bij het ontwerp van het GAK-gebouw was het streven, in de cruijffiaanse woorden van de architect, 'pathos en monument te vermijden in overeenstemming met het wezen van administreren'.

Ik kijk naar het glazen gebouw, maar zie toch liever de tuin.

yasmina@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden