Marjolijn de Cocq. Beeld Artur Krynicki
Marjolijn de Cocq.Beeld Artur Krynicki

Niet hysterisch gillen: ik ben al zo’n sneue rijder

PlusMarjolijn de Cocq

Ik ben de afgelopen twee weken vijfhonderd, nee: duizend jaar ouder geworden. Dat komt: onze dochter, die bijna 17 jaar wordt, vlast op rijles. En ze had al heel lang – ik zal het niet zeuren ­noemen – nogal nadrukkelijk aan­gedrongen op een preluderend rondje in onze auto.

Het begon vorig jaar toen we op vakantie waren in Bretagne; even over de camping, ah toe? Toen leek de tijd van rijlessen nog heel ver weg en kon ik het afhouden. Ik zag haar al met auto en al een tent binnenrijden – dat is een ­trauma uit mijn jeugd. Toen had mijn broertje, die in de auto van mijn ouders aan het spelen was, de handrem ontgrendeld en de Lelijke Eend rolde een Franse helling af om pas tot ­stilstand te komen in het gehavende canvas.

Maar nu ging ik overstag. Vroege zaterdag­ochtend, nagenoeg leeg parkeerterrein. Onze auto is een automaat, dus rijden kan héél zachtjes zonder gas te hoeven geven. Lessen voor moeder, met de kennis van nu: eerst stuur recht voor je haar laat wegrijden. Eerst haar leren over te pakken voor er een bocht aankomt.

Niet hysterisch gillen.
Niet hysterisch gillen.
Niet hysterisch gillen.

En ik ben al zo’n sneue rijder. Ik ben van het slag waarover het gaat in Vanaf de vluchtstrook, een bij Nijgh & Van Ditmar verschenen smakelijke bundeling waarin schrijvers ver­halen over hun verhouding tot het asfalt: van rijangst tot acute paniek op de snelweg, van ­helse rijexamens tot bizarre ongelukken.

Been there, done that.

Als bijrijder ben ik helemaal de hel. Ik hang meeremmend aan de steungreep en de kinderen kunnen perfect mijn gierende ‘oeh-oeh-oeh’ imiteren bij plotseling remmend verkeer op de snelweg.

Pas sinds deze auto in mijn leven is gekomen, heb ik er een beetje aardigheid in gekregen, in dat autorijden. Het scheelt ook dat deze, in tegenstelling tot de voorgaande, van betrouwbaarheid heeft blijk gegeven. Maar ik wil ’m dus wel graag heel houden. Alle omstandig­heden bij elkaar genomen vond ik het best stoer van mezelf dat ik dit met onze dochter durfde te ondernemen.

Het moet gezegd: het lukte haar prima, de ­eerste keer. En ook de tweede, toen de bochten steeds soepeler gingen en er iets bijkwam wat volgens mij in rijlestermen ‘plaats op de weg’ heet. En het hanteren van de knipperlichten. Wel was het drukker op de parkeerplaats en stonden er meer auto’s om tegenop te botsen.

Zij zag al voor zich hoe ze later met een auto vol vriendinnen op vakantie gaat, keihard muziek op en zij meezingend achter het stuur. Ik denk niet dat mijn hart het houdt, een volgende keer. Echte rijles, dus.

Marjolijn de Cocq schrijft elke week een column voor Het Parool. Lees al haar columns hier terug.

Reageren? m.decocq@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden