Maarten MollBeeld Sjoukje Bierma

Niet echt iets om hem van zijn sokkel te trekken

PlusMaarten Moll

Omdat enige nostalgie mij ook niet vreemd is, fiets ik af en toe door mijn oude buurtje. Tuinwijck, gelegen tussen Oostpoort en het Muiderpoortstation.

In de Van der Vijverstraat zijn mijn beide dochters geboren. Oudste rechts naast het bed, Jongste links naast het bed. Ik fietste ook door de straat om te kijken hoe het met de naambordjes was gesteld. De straat is naar iemand vernoemd, en dan hoor je je heden ten dage af te vragen: deugde die Van der Vijver eigenlijk wel?

De naambordjes hingen er onbesmeurd bij. Cornelis van der Vijver (1784-1855) was onderwijzer en geschiedschrijver van Amsterdam. Hij is opgenomen in het negentiende deel van het Biographisch Woordenboek der Nederlanden, bevattende Levensbeschrijvingen van zoodanige personen, die zich op eenigerlei wijze in ons Vaderland hebben vermaard gemaakt, van A.J. van der Aa uit 1876: ‘Van der Vijver was geen geschiedkundige van beteekenis; hij haalde zeer veel uit Wagenaar.’ (Wagenaar was een beroemde, zeer populaire zeventiende-eeuwse historicus.)

Niet echt iets om hem van zijn sokkel te trekken. En het weerhield het straatnamencomité van de stad Amsterdam er ook niet van in 1939 een straat naar ­Cornelis te vernoemen. Want iets verder in het lemma gooit Van der Aa toch nog slingers over Van der Vijver en roemt zijn beschrijvingen van Amsterdam in de eerste helft van de negentiende eeuw, ‘daardoor heeft hij zeer veel vastgelegd, wat anders stellig verloren zou zijn gegaan.’

Dat deed Cornelis onder meer in zijn bekendste werk: Wandelingen in en om Amsterdam, uit 1829. ‘De zucht om de stad mijner geboorte – somtijds door inboorlingen te weinig gewaardeerd, dikwerf door vreemdelingen met schrift en woorden miskend – eenigszins recht te doen wedervaren, was de prikkel die mij aanzette tot het schrijven van deze Wandelingen in en om Amsterdam’, schrijft hij in het Voorberigt.

Prima kerel, die Van der Vijver, die deugt wel. Leuk voor hem zou het zijn geweest te weten dat in zijn straat de hardste schreeuw van Amsterdam te horen moet zijn geweest, en wel op 24 juni 2001, toen mijn toenmalige vrouw op het punt stond te bevallen.

Ze hing over een soort skippybal onder de lauwe stralen van de douche te puffen en had veel pijn. Ik zat op de wc-pot om haar bij te staan. (Zij: “Ik kán niet rustig ademhalen, lul!”) Tijdens een wee nam ze mijn benen in een wurggreep en beet vervolgens heel hard in mijn linker bovenbeen.

Wc-bril ontzet, en volledige ontsluiting een feit. Niet veel later werd Oudste geboren.

Het badkamerraampje in de Van der Vijverstraat hangt nog uit het lood van ‘de schreeuw’, zag ik.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden