Opinie

‘Niet de rechter, maar de politiek laat steken vallen’

Oud-hoogleraar migratierecht Ulli d’Oliveira keert zich tegen de claim van Forum voor Democratie dat de rechtspraak op de stoel van de politicus is gaan zitten. 

Thierry Baudet en Theo Hiddema in de Tweede Kamer tijdens het vragenuurtje.Beeld ANP

We mogen Forum voor Democratie en vooral zijn gymnasiale voorman wel dankbaar zijn voor het in omloop brengen van oude woorden. Thierry Baudet liet al een koude noordenwind waaien over ons opwarmende landschap (bora, boreas!) en brengt ons nu weer in aanraking met het woord dikastocratie: heerschappij van de rechters over andere staatsmachten.

Hij meent waar te nemen dat de Nederlandse rechterlijke macht de andere staatsmachten, de wetgevende en de besturende, overvleugelt, en dat natuurlijk zonder enig ‘mandaat’ van de kiezers.

Is dat ook zo? Een paar weken geleden vond er een bijeenkomst plaats in de oude vergaderzaal van de Tweede Kamer, waar de kamercommissie voor Justitie en Veiligheid in debat ging met vertegenwoordigers van geledingen van de rechterlijke macht, advocatuur en wetenschap.

Onder de titel Rechtsstaat in de 21ste eeuw, ging vooral het thema van de onderlinge relatie van de staatsmachten schuil, dus de dikastocratie was niet van de lucht. Onderkoning in ruste Herman Tjeenk Willink haalde veel kou uit de lucht door te schetsen hoe de wetgever zelf steeds meer terrein overlaat aan de rechter.

Niet alleen door in de wetgeving open normen te introduceren die door de rechter mogen worden ingevuld, ook door knullige wetten te produceren waar de rechter dan chocola van moet zien te maken, en verder door onvermogen bij de wetgever om maatschappelijke problemen te tackelen.

Rechtsweigering

Het stakingsrecht is daarvan het klassieke voorbeeld, net zoals het recht op abortus. Niet vergeten mag worden dat de rechter verplicht is om recht te spreken, ook wanneer er geen door de wetgever gegenereerde regels bestaan: er heerst het verbod op rechtsweigering.

Baudet kreeg van Tjeenk Willink een stevige veeg uit de pan: het zagen aan de stoel van de rechter vanuit het FvD, dat wil zeggen: vanuit de politiek, komt dicht in de buurt van de Poolse toestanden, waar de politiek van de meerderheidspartij de rechterlijke macht naar zijn hand wil zetten.

Men moet niet vergeten dat er niet zozeer gedacht moet worden vanuit de oude leer van de trias politica met zijn gescheiden staatsmachten, maar veel meer vanuit de dynamiek van elkaar controlerende instanties.

Al vroeg is in dit verband voor de rechter de positie van wetgever-plaatsvervanger bedacht: waar de wetgever verstek laat gaan, stapt de rechter in; hij kan niet anders. Sinds kort is er een nieuw mechanisme op dit terrein geïntroduceerd: De Hoge Raad heeft zich voorgenomen de wetgever expliciet, zoals in zijn jaar­verslag, te wijzen op lacunes of andere onvolkomenheden in de wetgeving. Die kan zulke vingerwijzingen en terugkoppelingen dan opnemen in zijn wetgevingsprogramma.

Dat is allemaal geen vertoon van dikastocratie, maar gewoon het gevolg van de constitutionele taak van de rechter om de overheid tot de orde te roepen. Toch kankerde jurist en FvD-Kamerlid Hiddema bij de bijeenkomst van de Kamercommissie over de veelal ongelezen Urgenda-uitspraak van de Hoge Raad: “Zonder enig mandaat laten ze toe dat een stichtinkje het overheidsbeleid overhoop haalt.”

Kleine belangen

Dat kon niet onweersproken blijven. Ik bracht in herinnering hoe heel Nederland juichte toen het stichtinkje Reinwater (waarvan ik voorzitter was) in de jaren tachtig bij de Hoge Raad gehoor vond in zijn verzet tegen de gigantische zoutlozingen van de Franse kalimijnen. Toen waren zulke stichtingen nog niet zelf toegelaten tot de rechter, zij moesten betrokken medestanders vinden.

Vandaar dat de wetgever ingreep en stichtingen die een collectief belang verdedigen toeliet zelfstandig te procederen. Vele kleine belangen, te klein om daarvoor individueel naar de rechter te gaan, worden zo samengevoegd tot een groot collectief belang, dat wel degelijk de moeite waard is.

Kortom, zo hield ik Hiddema voor, het mandaat van Urgenda kwam van de wetgever, dus hemzelf. Gespreksleider Ferry Mingelen was er als de kippen bij om Hiddema te vragen of hij nu wetgeving wilde entameren om deze mogelijkheid weer de kop in te drukken. Hiddema kon niet anders dan dit spontaan toe te zeggen. Als de rechter onwelgevallige uitspraken doet, mag de wetgever daar desgewenst een nieuwe draai aan geven.

Dat is de dynamiek tussen de staatsmachten, waarbij telkens een nieuw evenwicht ontstaat. We zien met belangstelling het initiatiefwetsvoorstel van FvD tegemoet.

Ulli d’Oliveira is oud-hoogleraar migratierecht aan de UvA en adviseur bij Prakken d’Oliveira Human Rights Lawyers. Beeld ANP
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden