Theodor Holman. Beeld Artur Krynicki
Theodor Holman.Beeld Artur Krynicki

Niemand zou ooit meer arm worden, was de belofte

PlusTheodor Holman

Theodor Holman

Dus ik vroeg: “Wanneer ben je arm?”
“Ik vind dat een typisch rechtse vraag,” zei een mij ­totaal onbekende man in het café.
Ik zweeg. Mijn gedachten gingen naar vroeger.

Toen mijn vader uit Indië kwam, kon hij geen baan vinden. Dat duurde twee jaar. Ik heb de doorslagen van zijn sollicitatiebrieven nog. Intussen werd ik geboren.

Hadden wij het rijk? Ik ben niets tekortgekomen. Integendeel. Alles werd in die jaren geleend. Van wiegje tot kinderstoeltje. Ik herinner me verder, zoals vele anderen, de tobbe voor de kachel waarin we werden gebaad; de kleren van de dode leeftijdgenoot die me, nadat ze door mijn moeder waren vermaakt, nog best goed stonden; mama die elke dag brood bakte, tot ze ontdekte dat ze bij de bakker voor een paar dubbeltjes King Corn kon kopen, witbrood dat ook nog eens lang goed bleef.

Ik kan zo wel doorgaan.

Het waren de jaren vijftig en zestig. We kregen het inderdaad steeds beter. In die jaren heb ik het woord ‘tweedehands’ leren waarderen. Alles wat ‘de rijken’ hadden, was voor ons als tweedehands­product mogelijk. Van boeken tot fietsen en auto’s, van eettafels tot dressoirs, wijn­glazen tot speelgoed. Tweedehands grammofoon­platen, tweedehands radio’s, een tweedehands 8mm-filmcamera, een tweedehands projector. We hadden in feite alles. Wat kapot was, werd gemaakt. We waren een trotse tweedehandse Indische familie.

Nadat mijn vader in de avonduren zijn rechtenstudie had afgerond – aan zijn studie In­do­logie had hij weinig nu dat land niet meer ­bestond – werden we een keurig midden­klas­se­gezin: autootje, ijskast, elektrische ­was­machine, een echte badkamer met ligbad.

Ware armoede zag ik in die vroege jaren zestig van de vorige eeuw in de Jordaan, in De Pijp en in Amsterdam-Oost. “Die kinderen hebben het veel minder goed dan jij,” zei mijn vader.

Een donkere wolk die je voorbij zag trekken. Dankbaarheid was een plicht.

Wie moest je dankbaar zijn? Mijn vader kon Drees zijn Indiëpolitiek niet vergeven, mijn moeder mocht van hem geen CPN stemmen. Later stemde ze stiekem PvdA, mijn vader DS’70, waardoor ik niet meer met hem wilde praten.

Onze armoede was toen voorbij. Niemand zou ooit meer arm worden, was de belofte. Er waren minimuminkomens, uitkeringen, ziekenfondsen… De welvaartsstaat leek met ankerkettingen vastgeklonken.

Dat schip is nu op drift.

Wat is armoede?

Is het een onethische vraag omdat ik ermee suggereer dat we grotere armoe kunnen verdragen?

Er lijkt iets mislukt.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden