Nico Dijkshoorn. Beeld Artur Krynicki
Nico Dijkshoorn.Beeld Artur Krynicki

Nico ging met Hugo de Jonge naar het Stedelijk Museum

PlusNico Dijkshoorn

Gisteren ging ik met Hugo de Jonge naar het Stedelijk Museum in Amsterdam. Zoals afgesproken keek hij een kwartier lang naar het schilderij Arbeidersvrouw van Charley Toorop.

Vrouw staat voor een brandende stad. Rook, dood, kinderen onder het puin, doodsbange ogen in een wanhopig hoofd, handen die in puin hebben gegraven. Eelt op de knokkels.

Hugo de Jonge zei: “Waarom zit hier een lijst omheen? Ik doe toch ook geen lijst om mijn ministerstukken? Zo van, nou jongens ik heb me nou iets moois gemaakt, laten we er een stuk hout omheen doen. Dat is toch raar? Dat je schildert vind ik tot daar aan toe. Zonde van het materiaal. Je kunt ook je voordeur een nieuw likje verf geven, maar een lijst om je verf heen doen, dan zeg je eigenlijk: kijk eens mensen, ik heb iets belangrijks gemaakt.”

Ik luisterde.

“En waarom op zo een ingewikkelde manier iets over de oorlog willen zeggen? Laat dat voortaan door André van Duin doen, of Danny de Munk. Als ik thuis gezellig herinneringen wil ophalen aan de oorlog dan laat ik de visite voedselbonnen zien. Dan zeg ik: ‘Kijk, daar kreeg je een half brood voor.’ Dat maakt indruk. Kijk dan, die handen van die vrouw. Zo zien handen er toch helemaal niet uit. Slecht geschilderd. Als ik het voor het zeggen had – en ik heb het voor het zeggen – dan zou ik pas subsidie geven als je goed handen kunt schilderen. Meneer Charley Toorop zou van mij geen cent krijgen.”

“Het was een vrouw,” zei ik. “Charley was een zij.”

Dat veranderde de zaak. “Heel belangrijk, dat meer vrouwen gaan schilderen. Weg uit de keuken en lekker weilanden vol bloemen schilderen. Die schilderijen kunnen we dan ophangen in het gemeentehuis. Maar dit hier, waar we nu naar kijken, vind ik jammer. Hier wordt niemand vrolijk van.”

“Moet dat dan?” vroeg ik

“Het heeft met prioriteiten te maken,” zei Hugo. “Neem nu de oorlog in Israël. Dan kan je als schilderende vrouw wel weer iemand met holle ogen voor een brandende auto gaan schilderen en er een lijst omheen doen, maar wat hebben onze vrienden in Israël daar aan? Schilder een witte duif of zo. Scheelt ook meteen weer gekleurde verf. Noem dat schilderij gewoon Duif. Dus niet Aarde, bloed, bloed, bloed, aarde 2021 voorstudie.”

Hij wees naar het platgebombardeerde muur­tje achter de vrouw. “Lelijk geschilderd. Zo ziet een muur er niet uit. Vind ik ook heel belangrijk, dat je schildert zoals het echt is. Waarom zou je iets verzinnen?”

Nico Dijkshoorn schrijft twee keer per week een column voor Het Parool, en spreekt zijn bijdragen ook in.

Reageren? n.dijkshoorn@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden