opinie

'Neonreclame Leidseplein is geen gezicht'

Bij de herinrichting van het Leidseplein moeten ook de uitwassen aan neongevelreclame worden aangepakt, schrijft Arthur Claassen in een opiniestuk.

Op gevels en daken van de panden aan het Leidseplein is volop neonreclame te zien. Beeld Thomas Schlijper

Komend jaar wordt het Leidseplein verbouwd en heringericht. Het plein en het begin van de Marnixstraat worden autovrij. Aan de terrassenkant wordt het carré van bomen uitgedund, zodat er meer zonlicht op het plein schijnt en de monumentale gevels zichtbaar worden. Er komt een ondergrondse fietsenstalling en hinderlijke obstakels als elektriciteitskasten worden ondergronds weggewerkt. Daardoor krijgt de voetganger meer ruimte. Op het nieuwe Leidseplein moeten bewoners en bezoekers zich thuis voelen. Een plein dat 'allure' uitstraalt, aldus de gemeente. En het mag wat kosten: 70 miljoen euro.

Des te vreemder is het dat het definitieve ontwerp geen aandacht besteedt aan de inrichting van de gevels rondom het plein. Immers, gevels bepalen de helft van ieders blikveld. Ze zijn de afgelopen decennia volgebouwd met (neon-) gevelreclameborden. In de regelgeving heeft de gemeente een uitzondering gemaakt voor twee uitgaanscentra: het Leidseplein/Kleine Gartmanplantsoen en het Rembrandtplein/Thorbeckeplein. De gemeente vindt dat je deze gebieden 'ontkent als uitgaansgebied' als je geen losser beleid toestaat. Hier mag in principe alles zolang je daarvoor toestemming krijgt van het dagelijks bestuur van stadsdeel centrum. En dat hebben we geweten. Het resultaat is een ratjetoe van (dak)gevelborden. Aan de terrassenkant van het Leidseplein hebben bierbrouwers Heineken en Bavaria de ruimte onderling verdeeld. Aan de overzijde wordt het plein gesponsord door (van links naar rechts) KLM, Randstad, Burger King, The Bulldog, Heineken en Konica Minolta.

Marketing
Natuurlijk, reclame hoort bij het openbare leven en zeker bij de stad. Elke winkel of horecagelegenheid moet met een duidelijk (neon) gevelbord op ooghoogte kunnen aanduiden dat hij of zij daar gevestigd is. Maar er is sluipenderwijs een nieuwe vorm van 'citymarketing' bijgekomen: je bedrijfsnaam op een (dak)gevel aanbrengen met maximale exposure. Je ziet het steeds vaker: op de hoek Utrechtsestraat/Frederiksplein word je verwelkomd door een gigantisch bord van Aegon. Op het Rembrandtplein staat een bord van De Telegraaf op het dak.

Is al dat neonlicht wellicht mooi of sfeerverhogend? Kijk naar Times Square in New York. Dat heeft een spectaculaire en grootstedelijke uitstraling met al die neon- en ledverlichting. Maar die is daar wel aangebracht op gevels van modernistische wolkenkrabbers. Rondom het Leidseplein staan vooral laat negentiende-, begin twintigste-eeuwse panden, zoals de Stadsschouwburg, het Americain, het Hirschgebouw en het oude politiebureau (nu The Bulldog).

Storend
Wellicht is gevelreclame bij het uitgaanscentrum gaan horen dat het Leidseplein de afgelopen decennia geworden is. Maar geldt dat ook als de desbetreffende adverteerder niets met de uitgaansfunctie te maken heeft en er ook niet gevestigd is? Daarbij is gevelreclame al snel storend en te dominant ten opzichte van de bebouwing. Als je eerlijk bent, moet je toch toegeven dat neongevelreclame in de context van het Leidseplein geen gezicht is.

Neem het KLM-bord op het dak van het hoekpand Leidseplein/Leidsestraat. Ondanks een negatief advies van de welstandscommissie gaf het stadsdeel een vergunning af. Je zou zeggen: dan zal het de gemeente wel veel opleveren. Immers, op tv, radio en in kranten geldt: hoe meer lezers of kijkers, hoe hoger de reclame inkomsten. Maar in de openbare ruimte gelden blijkbaar andere wetten. Dagelijks komen vele duizenden mensen langs het Leidseplein. Echter het KLM-bord leverde tot op heden maar 300 euro per jaar op aan reclamebelasting, en dat is toch niet veel voor permanente reclame op één van de meest bezochte plekken van de stad. Vanaf 2016 is de reclamebelasting zelfs afgeschaft. Dan stelt de gemeente Amsterdam dus gratis de gevels van historische stadspleinen beschikbaar aan adverteerders.

De kwaliteit van de openbare ruimte wordt steeds belangrijker gevonden. En het Leidseplein leent zich zeker voor de allure die de gemeente beoogt. Maar als je wil dat mensen een plein omarmen, maak er dan geen openbare reclamezuil van. Commercie en schoonheid staan nu eenmaal vaak op gespannen voet met elkaar. Juist omdat er zoveel mensen gebruikmaken van het Leidseplein, moet je het neutraal en dus van iedereen houden. Maar dat is een andere manier van denken. Hetzelfde principe dat de gemeente op het nieuwe Leidseplein gaat hanteren, moet zij op de gevels toepassen: less is more.

Wilt u reageren op dit artikel? Dat kan! Scroll (een beetje) naar beneden om een reactie te plaatsen.

Beeld Privé
Arthur Claassen

is politicoloog en jurist.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden