Femke van der LaanBeeld Agata Nowicka

‘Nee, maar stél nou dat je doodgaat’

PlusFemke van der Laan

De oudste knijpt haar handen tot vuisten. Ze staat bij de vloedlijn en heeft net de temperatuur van het water gevoeld. Ze kwam snel weer omhoog. Ik kijk naar haar vanaf het midden van het strand. Daar zit ik, op de jas van de jongste, precies tussen de duinen en het water in. Voor me liggen twee paar schoenen. Van de middelste en de jongste. Ze staan met hun voeten in het water, hun broekspijpen opgerold. Het is hier eigenlijk nog te koud voor.

Gisteren scheen de zon voor de eerste keer dit jaar weer aan de voorkant ons huis binnen. We zagen het alle vier.

“De zon.”

“Ja.”

Daarna keken we verder naar de persconferentie waarin verteld werd dat ze niet meer naar school konden. Er werd ook weer iets gezegd over de anderhalve meter afstand. We keken naar onze armen en benen. We waren een vlechtwerkje op de bank.

We hebben net een stuk gelopen. Eerst bos, toen duinen, nu strand. Gezichten in de zon, een bal tussen ons in.

En vragen. Veel vragen. Vragen die met de bal mee rolden, van de een naar de ander.

Wat als dit heel lang duurt.

Wat als er geen eten meer is.

Wat als jij doodgaat.

“Ik ga niet dood.”

“Nee, maar stél nou dat je doodgaat.”

Ze leven al een tijdje in een stelwereld. Een wereld waarin ze zich voorbereiden op het allerergste. Een plek waar alle denkbare scenario’s zich voltrekken, een voor een, van kwaad tot erger. Elke dag een rampen­oefening. Om het uur een spoedoverleg. Ze wapenen zich, in hun stelwereld, tegen alles wat komen kan.

De oudste komt naast me zitten, op de jas van de middelste, haar gezicht naar de zee.

“Het water deed pijn.”

We kijken allebei naar haar handen Ze zijn rood. Rood, ruw en kapot. Ze wast haar handen te hard. Het is schrobben wat ze doet. Boenen.

Ik knik. “Dat komt door het zout.”

De oudste spreidt haar vingers, draait haar handen om en om en om. Dan kijkt ze naar mij. Ze fronst.

“Jouw wangen zijn rood.”

“Dat komt van de zon.”

Ze legt haar handen in haar schoot. We kijken hoe haar broertje en zusje wegrennen voor de golven. Het onderste deel van hun broekspijpen, het stuk dat opgerold is, is donkerder dan de rest. De oudste staat op en loopt naar ze toe.

Ik staar net zo lang naar de zee tot het lijkt alsof de golven de andere kant op gaan.

Femke van der Laan is journalist. Wekelijks schrijft ze een column voor Het Parool. Lees al haar columns hier terug.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden