Roos Schlikker. Beeld Lin Woldendorp
Roos Schlikker.Beeld Lin Woldendorp

‘Nederlandse met vleeskleurige jurk gevonden in greppel te Umbrië’.

PlusRoos Schlikker

Roos Schlikker

Omdat ik aan hersenvertragende medicijnen zit, mag ik niet autorijden. Een tijdje was ik daar narrig over. Ik ben niet graag afhankelijk. Maar het brein is adaptief, dus zie ik voordelen in het nadeel. Want ondanks mijn eeuwige stoerdoenerij hebben gemotoriseerde voertuigen en ik een moeizame relatie. Dus roep ik monter tegen vrienden met wie we jaarlijks een uitstapje naar Zweden maken: “Ik hoef nu niet te sneeuwscooteren!” Beter, aangezien ik de laatste keer gas- en rempedaal door elkander haalde en met mijn stalen neus pal onder de anus van de vriendelijk knikkende gnoomachtige berggids allerlei scooterijzer doorboorde.

Daarnaast denk ik vaak aan de Italiaanse berg. Ik was uitgenodigd voor een bruiloft met dresscode nude en had me daar dusdanig druk om gemaakt (vleeskleurige ­kleren zijn een misverstand) dat ik bij de autoverhuur vergat te vragen om een automaatje. Natuurlijk heb ik ooit leren schakelen, maar net als het vermenigvuldigen van decimale breuken of het aanwijzen van de hoofdstad van Kirgizië was ook dit een vaardigheid waarvan ik wist dat ik hem ooit bezat, maar die inmiddels volledig was bespinnenwebd.

Mijn Italiaans was echter eveneens weggezakt, dus pufte ik schokschakelend van de vliegveldparkeerplaats. De zondvloed was zojuist in rooms-katholieke overvloed uitgebroken, wegen hadden verlichting noch gemarkeerde rijbanen en ik was zo bezig mijn stuur fijn te knijpen dat schakelen erbij inschoot.

Rook is nimmer een goed teken. Grijsbruine kringels verlieten zuchtend de motorkap terwijl ik verbeten doorgaste, aangezien ik net een steile helling opreed.

Precies bovenaan gaf de wagen het op. Het was pikdonker, geen huis te bekennen, Google Maps meldde dat mijn hotel een kwartier lopen was. Vraag me niet waarom, maar ik greep mijn rolkoffer en begon hooggehakt aan de wandeling. Ja, dat was oerstom. Woest wild hondengeschrei hield me gezelschap, elke tien minuten passeerden er auto’s vol botergei­le hangjongeren die eloquent riepen wat ze allemaal met me wilden doen. Mijn hart beukte, mijn maag krampte, ik voorzag krantenkoppen als ‘Nederlandse met vleeskleurige jurk gevonden in greppel te Umbrië’. Nog even. Hou vol. Ik staarde op mijn mobiel, nog 5 minuten tot uw bestemming, nog 3 minuten tot uw bestemming, nog 44 minuten tot… Wat? Plotsklaps laadde Google een nieuw kaartje met veel grotere afstand.

Het heeft de krant niet gehaald, maar ooit stond een vrouw op een Italiaanse berg in onvervalst Amsterdams keihard naast een rolkoffer te vloeken. Een auto stopte. Even wilde ik ‘opbokken!’ krijsen tegen nieuwe potentiële verkrachters, maar toen zag ik een bejaard echtpaar. Op de achterbank een kinderstoeltje voor de kleindochter. Ik besloot het te wagen. En stapte in. De volgende dag takelde het verhuurbedrijf een eenzame rode Suzuki met verragte versnellingsbak van de berg.

En dat beeld zie ik nu steeds in mijn verstofte hersenen. Een auto op een takelwagen. Mijn hoofd zal vast rechtlullen wat het krom en stom vindt, maar ergens geeft ellende van toen me troost voor nu. En enige wijsheid. Want ik leerde dat doorharken volslagen idioot is. En dat ik mag vertrouwen. Vertrouwen dat ik uiteindelijk word opgepikt.

Roos Schlikker (1975) is journalist en schrijfster van boeken en toneelstukken. Elke zaterdag schrijft ze een column voor Het Parool.

Reageren? r.schlikker@parool.nl.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden