Opinie

Natuurlijk is Nederland geen grootmacht

Eén kwestie, twee visies: de Amsterdamse blik en een mondiale kijk op de actualiteit. Deze week: Nederland gidsland.

Max Pam en Paul Brill Beeld Artur Krynicki

Brill

Nederlanders overschatten hun talenkennis nogal eens en politici vormen daarop geen uitzondering. Menig minister staat te boek met een pijnlijke uitglijder in het Engels of Frans. 

In een toespraak omschreef Joop den Uyl Nederland als een ‘country of undertakers’ (land van begrafenisondernemers) en Irene Vorrink stelde zich in Parijs voor als ‘ministre de milieu’ (minister van de onderwereld). En dan was er nog een staatssecretaris die Japanse zakenlieden begroette met: “I hate you welcome.”

We mogen er graag om lachen, misschien ook wel, omdat die onbeholpenheid iets geruststellends heeft. Een zekere mate van heikneuterigheid past in ons zelfbeeld.

Je merkt dat ook aan de reacties als een Nederlander wel met verve voor de dag komt in een buitenlands gezelschap. In Hugo Arlmans biografie van J.L. Heldring wordt melding gemaakt van een bezoek dat premier Drees in 1952 bracht aan de VS. Heldring leidde toen het Nederlands Informatiebureau in New York. Hij toonde zich aangenaam verrast over de brede kennis van zaken en het soepele Engels van de premier.

Hetzelfde gold voor staatssecretaris Ernst van der Beugel, die in 1957 Drees vergezelde naar Parijs. In zijn dagboek uitte hij bijna verbaasd zijn bewondering voor de eloquente wijze waarop de premier zijn standpunt naar voren bracht.

Iets van die verbazing klinkt door in de commentaren op de Europarede van minister Wopke Hoekstra in Berlijn. Een Nederlandse bewindsman die uitstekend Duits spreekt en een betoog van belang houdt – is dat wel zuivere koffie?

Hier stuiten we op een curieuze kentering in het denken over onze rol op het internationale toneel. In de jaren zeventig deed het gidsland­syndroom opgeld: in kwesties van ontwikkelingshulp tot wapenbeheersing diende Nederland de rest van de wereld de weg te wijzen. Een geweldige overschatting van onze positie.

Anno 2019 lijken we door te schieten naar het andere uiterste: het calimerosyndroom, dat Nederland reduceert tot een kikkerlandje met weinig invloed. Vandaar de gemelijkheid in de reacties op Hoekstra’s Berlijnse optreden. Dit moet wel een pr-stunt van een politicus met ambitie zijn, want we kunnen ons nauwelijks voorstellen dat het buitenland werkelijk is geïnteresseerd in wat een Haagse bewindsman heeft te melden.

Natuurlijk is Nederland geen grootmacht. Maar we moeten onszelf ook niet kleiner maken dan we zijn. In het Europese krachtenveld is Nederland een speler van formaat, mede doordat grotere landen als Italië en Polen behept zijn met handicaps, die hun handen binden. De rede van Hoekstra verdient serieuze aandacht en Calimero mag terug naar NPO 3.

Paul Brill

Pam

Je kunt het Nederlandse politici nauwelijks kwalijk nemen dat zij fouten maken in een vreemde taal. Engelsen en Fransen spreken nog minder een mondje over de grens, maar zij hebben het voordeel van een groot taalgebied.

Berucht taalkundig brekebeen was oorlogspremier Gerbrandy (1885-1961). Hij liep eens met uitgestoken hand op zijn Britse collega af, zeggende: “Goodbye, Mr Churchill.” Dat was het kortste bezoek dat ik ooit heb gehad, memoreerde Churchill later. Overigens zou Joseph Luns op de vraag of hij ook een hobby praktiseerde, tegen John Kennedy hebben gezegd: “I fok horses,” in plaats van “I breed horses.” Kennedy, die dit ongetwijfeld had verstaan als “I fuck horses,” antwoordde enkel met: “Pardon?’”

Het is dus verheugend dat onze minister van Financiën, Wopke Hoekstra, op de Humboldt Universiteit in Berlijn een lezing heeft uitgesproken in impeccable Deutsch. Toch was wat hij te zeggen had misschien nog belangrijker. Wopke heeft namelijk een aantal Oost-Europese landen, zoals Polen en Hongarije, de wacht aan­gezegd.

 Als die landen niet doen wat Brussel, en vooral ook Den Haag, van ze verwacht, dan zullen er uiteindelijk strafmaatregelen komen. ­Leven die landen ‘onze’ liberale waarden onvoldoende na, dan krijgen zij geen subsidies meer van de EU. Je weet natuurlijk nooit of zulke woorden ook voor binnenlands gebruik zijn uitgesproken – Wopke zou de macht willen grijpen in het CDA – maar harde taal was het wel.

Nederland als ouderwets gidsland. Gaat dat ook werken? Toevallig mocht ik begin deze week aanzitten bij het interview dat Martin Sommer voor de Volkskrant maakte met Václav Klaus (77), oud-premier en oud-president van Tsjechië. Een rechtse ijzervreter, die Klaus, gevreesd opponent en vijand van Václav Havel (1936-2011).

 In 2002 heb ik die twee meegemaakt op een schaaktoernooi. Zij negeerden elkaar volkomen. Klaus is de betere schaker, Havel veruit de betere schrijver en dat laatste zette vooral aan tot jaloezie.

In Nederland waren wij natuurlijk voor de op het Westen georiënteerde liberaal Havel, maar de populariteit en macht van Klaus mag niet worden onderschat. Economisch gaat het Tsjechië voor de wind, het werkloosheidscijfer is er het laagste van Europa.

 Wat het interview met Klaus duidelijk maakte, is dat veel Oost-Europese landen hun zelfbewustzijn hebben hervonden en zich niet langer alles vanuit Brussel laten voorschrijven. Wat dat betreft zou Wopke met zijn dreigementen weleens van een koude kermis kunnen thuiskomen.

Max Pam

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool.nl.