Lezersbrief

‘Namenmonument op deze weggestopte plek moet groot en glimmend zijn’

Paroollezer Martine van Kampen betoogt in deze lezersbrief dat het Namenmonument ‘groot en glimmend’ moet zijn, zonder het risico op rompslomp van Europese procedures.  

De maquette van het Holocaust Namenmonument Nederland. Beeld ANP - Freek van den Bergh

Kunstenaar Marien Schouten maakt zich er in Het Parool van donderdag zorgen over dat er bij het nieuw te bouwen Namenmonument van architect Daniel Libeskind aan de Weesperstraat niet genoeg ruimte zou zijn voor het publiek. Het zou beter zijn om het, als het Mr. Visserplein opnieuw wordt ingericht, daar in te passen. Hij wil dan ook gelijk een ander ontwerp, te kiezen via de daarvoor geëigende Europese procedure.

Daar rol ik een beetje van achterover, dat uitgerekend een kunstenaar zich beroept op een Europese procedure. Europese procedures hebben bij kunstopdrachten juist een gevreesd effect: de uitvoering moet worden uitbesteed aan een aannemer waar niet mee te werken is of er ontstaan eindeloze rondes van commissies en jureringen die uiterst middelmatige kunstwerken opleveren.

Bij monumenten gaat het overigens meestal anders, zoals ook in dit geval. Ze worden geïnitieerd door particuliere partijen: stichtingen, erven, belangen­verenigingen of speciaal opgerichte comités. Het is niet vanzelfsprekend dat de gemeente die monumenten realiseert, wat betekent dat de procedures niet vanzelfsprekend die zijn van openbare kunstopdrachten. Om die procedure dus op dit moment, in deze situatie op te eisen klopt niet helemaal.

Op de nu beoogde plek voor Libeskinds bouwwerk stond lang een monument dat wel door de gemeente was geïnitieerd, maar niet gefinancierd. In de tv-serie In Europa legt Geert Mak uit dat het moest uitdrukken dat de Joodse gemeenschap, die het uiteindelijk heeft gefinancierd, de Amsterdammers dankbaar was voor hun hulp in de Tweede wereldoorlog.

Wat mij betreft is er geen passender uitkomst van dit moeilijke proces dan op deze weggestopte plek een groot en glimmend object te plaatsen. Een object dat met luide stem verklaart dat de Joodse gemeenschap geen erkentelijkheid verschuldigd is aan Amsterdam.

Marien Schouten wil met Europese en juridische procedures bereiken dat er een stil en keurig ingepast, stemmig en wellicht zelfs ondergronds monument komt. Ik zou willen dat kunstenaars meer oog hebben voor de pijnlijke ironie van de herdenkingsgeschiedenis dan voor Europese opdracht- en vergunningsprocedures.

Martine van Kampen, curator kunst en openbare ruimte

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden