Maarten Moll. Beeld Sjoukje Bierma
Maarten Moll.Beeld Sjoukje Bierma

Nagels hebben toch het eeuwige leven?

PlusMaarten Moll

Dat je opkijkt en er opeens iemand voor je staat.

Hartjes. Onaangekondigd, uiteraard, in het laantje voor het tuinhuisje van Jan Wolkers.

“Hoe lang sta je daar al?”

Hartjes glimlachte alleen maar.

“Wat ben je aan het doen tussen die plantjes?”

Ik kwam overeind.

“Ik heb geloof ik een oude nagel gevonden,” zei ik, en stak het ding omhoog.

Hartjes moest lachen.

“Zou die nog van Jan Wolkers zijn?”

“In een van zijn boeken heeft hij wel last van zijn ­voeten,” zei hij.

Hartjes weet veel van schrijvers.

“Maar misschien ook wel van Rob van Essen of ­Maartje Wortel, die hebben toch ook in dit huisje ­gelogeerd?”

“Kom verder,” zei ik, het hekje voor hem open ­houdend.

Hartjes kwam het tuinpad opgelopen. Hij sleepte nog steeds een beetje met zijn rechtervoet. In zijn hand had hij een plastic tas. Hij zette de tas weg, trok zijn jas uit, hing die over de pergola, en ging in een van de stoelen voor het huisje zitten.

Ik ging naar binnen en zette de ketel op het vuur.

Terug in de tuin was Hartjes de nagel aan het bestu­deren.

“Grote teen,” zei hij, “ik denk links.”

Hij lachte er niet bij.

“Nagels hebben toch het eeuwige leven?” zei ik.

“Fabeltjes,” bromde Hartjes.

Hij pulkte het zand van de nagel, poetste hem op met een stuk van zijn overhemd.

“Hmmmm,” zei hij

“Wat denk je,” zei ik, alsof ik net een archeologische schat had opgegraven.

“Ik denk een paar maanden, hooguit een, twee jaar,” zei hij, en legde de nagel weer op het tafeltje.

“En zeker niet zo mooi als die van Reve, of wel,” zei ik iets zuurder dan ik had gewild.

Hartjes heeft ooit op een veiling een teennagel van Reve gekocht.

We hoorden het fluiten van de fluitketel.

“Da’s toch een mooi geluid, hè,” zei Hartjes. “Weg met alle waterkokers!”

Ik stond op, en even later zaten we beiden met een groot glas koffie – Hartjes drinkt geen thee – de tuin in te staren.

“Fijn plekje,” zei Hartjes. “Fietje had het ook mooi gevonden hier.”

We namen allebei een te grote slok hete koffie.

Hartjes, uitgehoest: “Gaat het goed met het schrijven? De grote roman, toch?”

Nu humde ik. En zweeg. Keek niet naar links, waar ik een even spottende als goedmoedige blik verwachtte.

Hartjes kan dat, zoals Dolly Parton op de hoes van Coat of Many Colors tegelijkertijd lacht én huilt.

Nog steeds hebben we niet alles uitgesproken, Hartjes en ik.

Er landde een vlinder op het hoofd van het kleine Venusbeeld. We hoorden de eenden in de sloot achter het huisje.

Hartjes pakte iets uit de plastic tas.

“Ik heb wat bollen meegenomen, gladiolen. Daar was Wolkers gek op.”

Daarna deed hij nog een greep in de tas en zette rustig een fles whisky op tafel.

Ik zag dat er een paar ringen van zijn vingers waren verdwenen.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden