Theodor Holman. Beeld Artur Krynicki
Theodor Holman.Beeld Artur Krynicki

Naarmate hij ouder werd, vond hij kijken steeds bevredigender

PlusTheodor Holman

Kijken. Naarmate hij ouder was geworden, vond hij kijken steeds bevredigender. Kijken naar een oud grachtenpand, kijken naar de vogels in een boom, kijken naar een schilderij van Andy Warhol of van sir Alma Tadema, kijken naar vrouwen, kijken naar auto’s. Alsof kijken de tijd vertraagde.

En toch was hij af en toe blind als hij door de stad liep. Dan keek hij naar zijn gedachten of naar zijn herinneringen, terwijl hij stilstond en aan het staren was.

Opeens houdt hij stil bij een huis op de Weteringschans. Vijftig jaar geleden werkte zijn vader hier nog. ’t Lijkt wel of dat kantoor alleen een andere naam heeft gekregen. De oude Remington schrijfmachine van zijn vader is nu een Applecomputer. De jongen die aan het tikken is, heeft net zo’n bruine huid als zijn vader.

“Naakte wijven, of plan je een inbraak?” vraagt iemand met een steeds schaarser wordende Amsterdamse tongval.

“Ik keek of mijn vader daar zit, maar die is al 37 jaar dood.”

De man met de Amsterdamse tongval loopt lachend door.

En na in gedachten een klein gesprek met zijn vader te hebben gevoerd (“Je achterkleinkind is vandaag vijf geworden, pap”) loopt hij door, kijkend naar de grond.

Bij de Amstel – hij voelt zich echt een oude lul als hij in en over het water staart – voedt hij zich met weemoed. Hoe hij zich midden in de nacht uitkleedde, zijn kleren in een Albert Heijnzak deed en naar de woonboot van Anneke zwom en daar modderig en stinkend aankwam. “Hallo, hallo, bericht voor Anneke: Hier een drenkeling die gered moet worden!” had hij watertrappelend geschreeuwd. Hij werd gered.

Anneke is al tijden dood en welke woonboot het was, weet hij ook niet meer precies, maar hij kijkt naar de woonboten en vindt het jammer dat hij in een huis woont, maar al zijn boeken passen niet in zo’n boot.

Dan loopt hij door. Hij staart een ambulance na. Gaat die naar een coronapatiënt?

En opeens staat hij voor het huis van zijn kleindochter. Hij wil kijken, maar hij wil niet dat iemand hem ziet. Hij loopt achteloos langs en ziet allemaal kleine kinderen rond de tafel zitten. Waarom krijgt hij nu een afschuw van zichzelf? ‘Ik had dit niet moeten doen!’

Hij draait zich om en gebruikt een oud servetje dat hij in zijn jaszak vindt als zakdoek.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden