Theodor Holman. Beeld Artur Krynicki
Theodor Holman.Beeld Artur Krynicki

Naar Canada emigreren? Maar wat als het mislukt?

PlusTheodor Holman

‘Ik zal jullie missen als jullie geëmigreerd zijn,” zei ik tegen de kennissen van mijn dochter. Ze lachten vriendelijk. Missen – als ik ze één keer per jaar zag, was het veel. Toch was het van mij geen beleefdheidsfrase; ik wil graag dat iedereen bij elkaar blijft, ook de vrienden van mijn familie.

“Kom ook een keer naar Canada. Altijd welkom.”

“Lijkt me leuk,” antwoordde ik, maar dat meende ik niet.

Na de Tweede Wereldoorlog wilden mijn ouders ook emigreren. Naar Amerika, naar Californië. Zo rond 1959. De broer van mijn vader was daarheen gegaan en hij stuurde foto’s en smalfilms van zijn gigantische huis, met zijn gigantische koelkast en zijn gigantische auto en hij liet ons ook zien dat er al veel Indo’s woonden.

Oom schreef: ‘We hebben Indië verloren en Nederland wil me niet. Wat moet ik in dat koude rotland?’

Mijn vader zag van emigratie af.

“Ik ben geen Indo, ik ben Nederlander,” zei hij vaak. Hij was voor Holland in Indië bestuursambtenaar geweest, had voor Nederland in dienst gezeten en werkte nog steeds bij de overheid.

Mijn moeder twijfelde. Die koelkast trok haar en ze had tante Daisy ook met een stofzuiger gezien die op een raket leek.

De reden dat ze niet gingen, was dat ze toch aanvoelden dat ze enigszins gewond uit de oorlog waren gekomen; ze meenden dat heling eerder zat in een hervinden van het vooroorlogse Nederland en Amsterdam, dan tegen je veertigste opnieuw beginnen in een land dat je niet kent. Een intuïtieve keuze, misschien wel gestut door angst en behoudzucht.

Onze oom redde het niet. De oorlog kwam hem treiteren en hij is ‘mataglap’ (gek) gestorven, in een caravan in een dorp dat geloof ik Vallecito heette.

“En wat gaan jullie in Canada doen?” vroeg ik aan de vrienden.

“We gaan eerst zes maanden rondreizen om het land te leren kennen en daarna kan ik aan de slag als ingenieur.”

Eén van hun twee kleine kinderen ging op de schoot van hun moeder zitten. Ze keek me streng aan. Ik zwaaide krukkig, ik ben slecht met kinderen en ze ziet vermoedelijk alleen maar een oude boom.

“En als het mislukt?” vroeg ik.

“Het mislukt niet, hoor Theodor.”

“Maar als je…”

“We zijn in een dag terug… ”

Voor mij is de aarde nog groter dan voor hen.

Mijn oom weigerde om terug te keren. Dan had hij weer iets verloren.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden