Massih Hutak. Beeld Artur Krynicki
Massih Hutak.Beeld Artur Krynicki

Na het WK van ’98 raakte ik in de ban van voetbal

PlusMassih Hutak

De sneeuw van afgelopen week deed me denken aan 1998. Zittend op de grond in een volle wachtkamer in het opvangcentrum van Zevenaar keken mijn vader, broers en ik naar een televisiescherm waarop het wereldkampioenschap voetbal te zien was.

Zo leerde ik de Braziliaanse Ronaldo, de Frans-Algerijnse Zidane, de Italiaanse Roberto Baggio, de Kroatische Suker, de Britse Michael Owen en de Argentijnse Batistuta kennen. En natuurlijk het Nederlands elftal, met onder anderen Patrick Kluivert, Edgar Davids, Dennis Bergkamp en Boudewijn Zenden, onder leiding van Guus Hiddink.

Ik was meteen weg van alle goals en de getalenteerde spitsen. Maar ik was net zo onder de indruk van de keepers. Hoe eigenzinniger, hoe beter. Van de Braziliaanse Taffarel tot de Franse Barthez en van de Duitse Oliver Kahn tot de Paraguayaanse Chilavert. De laatste tekende zelfs voor vrije trappen.

Het WK van 1998 was eigenlijk een valse start voor mij. Ik dacht als zesjarige jongen dat dit het niveau was dat ik altijd kon verwachten. Het heeft nog heel lang geduurd voordat ik daarna nog een WK meemaakte dat zo spannend en zo vol interessante voetballers was als de 1998-editie. En natuurlijk hing dat ook onlosmakelijk samen met de soundtrack van het WK 1998: Ricky Martins La Copa De La Vida.

Na dat WK raakte ik in de ban van voetbal. Ik keek alle samenvattingen van alle voetbalwedstrijden die er maar waren. De sterspelers van verschillende landen die ik herkende, zaten nu ineens bij elkaar in hetzelfde team, zoals bij Real Madrid. Inmiddels was de soundtrack van mijn leven Hit Me Baby One More Time van Britney Spears en zaten wij in het asielzoekerscentrum in Crailo. Onze favoriete sport om in het azc te beoefenen was vooralsnog cricket. Tot ik m’n enkel kneusde.

Dus mocht ik alleen nog meedoen met voetbal, mits ik op doel ging. Het was inmiddels winter en overal lag een dik, maar zacht pak sneeuw, zoals nu in onze straat in Amsterdam-Noord. Ik deed mijn beste Taffarel-, Barthez-, Oliver Kahn- en Chilavertimitaties en maakte de ene na de andere duik om de bal uit de kruising of uit een verre hoek te plukken.

Het doffe geluid van hard neerkomen op de zachte ondergrond hoorde ik deze week weer, toen ik me voor onze deur liet vallen om een sneeuwengel te maken. Kindjongen wrong zich een weg door de dikke laag naar zijn bal en schopte die keihard tegen m’n hoofd. Het was geen beheerste Thierry Henrykaats naar de tweede paal, maar een Jaap Stamknal naar de tweede ring. Maar het was oké. En aangezien ‘oké’ tegenwoordig het hoogst haalbare is, wens ik het iedereen toe. Wees oké.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden