Theodor Holman Beeld Artur Krynicki

Na het auto-ongeluk van zijn vader wilde mijn vriend niet meer spelen

Plus Theodor Holman

Mijn vrienden, kasteeleigenaren in Italië, over wie ik dinsdag schreef, help ik met verhuizen.

Ik pak iets uit een doos en zet het op de grond; de kasteelheer geeft het een plek. In een ander land, in een andere woning, gaan je oude spullen zich misplaatst en waardeloos voelen. Dat zeg ik niet. Ook niet dat alles enigszins kapot is: kopjes met barstjesschurft, een stoel met een krachteloze leuning die afscheid wil ­nemen, een roestig thee-ei uit 1971.

Op een van de dozen staat ‘speelgoed’.

Ik maak hem open en til er zo’n oude rode speelgoedkassa uit. Zo kreeg ik er ook één toen ik vijf was. Deze kassa is nog in orde. In de laatjes zitten van die plastic muntjes. Ik wil iets zeggen, maar de kasteelheer is er niet.

Dan pak ik het volgende uit de doos. Het is zo’n stuk karton waarop alles vastzit wat de vierjarige stationschef nodig heeft: een kleine stations­pet, een kaartjeskniptang, kaartjes en een glimmend conducteurstasje. Maar nooit gebruikt! Is hier sprake van ‘schuldig speelgoed’, van een overleden kind of dood broertje?

Terwijl ik de kasteelheer de trap op hoor sloffen, haal ik uit de doos nog een bal, twee klapperpistolen en zo’n veelkleurige xylofoon. Had ik dit speelgoed er wel uit moeten halen? Het lijkt of ik een laaghangende donkere wolk uit de doos heb gehaald.

Dan komt mijn vriend binnen.

“Ach ja, dat speelgoed…,” zegt hij. Ik durf hem niet goed aan te kijken, maar zwijg veelbetekenend en leg ook mijn handelingen stil.

“Ja… gek,” zegt hij, “ik speelde niet met speelgoed.”

Ik herhaal zijn zin in de vragende vorm, wat mensen die een vreemde mededeling krijgen vaak doen: “Je speelde niet met speelgoed?”

“Ik weet nog dat ik die conducteursset kreeg en dacht: ik wil geen conducteur op een trein zijn. Dus ik speelde er niet mee.”

“Wat wilde je dan zijn?”

“Mijn vader.”

“Je vader?”

“Ja, die is gestorven toen ik vijf was. Wacht…”

Hij pakt een oud fotoalbum met van die dunne half doorzichtige tussenpagina’s met jugendstilmotieven en toont me een gekartelde foto van een jonge man.

“Een auto-ongeluk… Ik wilde niet meer spelen. Maar heb wel alles bewaard. Altijd.”

Omdat ik blijf zwijgen, vervolgt hij: “Ik heb altijd gedacht: ik ga ermee spelen als ik gelukkig ben.”

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden