Maarten Moll. Beeld Sjoukje Bierma
Maarten Moll.Beeld Sjoukje Bierma

‘Müller? Die is beter dan Van Basten,’ zei ik iets te fel. Ik werd rechtsachter gezet

PlusMaarten Moll

“Waar heb je gespeeld?” vroeg Jo.

Jo was de leider.

“In de Achterhoek,” zei ik zacht.

“Daar rijdt de veldwachter nog op een varken,” zei iemand.

“Vorig jaar hebben ze er nog een missionaris opgegeten,” zei een ander.

Ik liet het over me heenkomen.

“Hadden ze daar wel echte doelen?”

Ik zag er tegenop mijn nieuwe voetbalschoenen uit mijn tas te halen.

“Waar speel je het liefst?”

Jo keek me aan.

“Eh, voorin.”

“O, meneer wil meteen in de spits?”

Jo keek achterom, naar de andere spelers van Taba zaterdag 4.

Gegniffel.

“Wat ben je voor een type?”

Ik was argeloos, woonde net een maand in Amsterdam.

“Gerd Müllerachtig,” zei ik.

Hoongelach. En mijn kont was ook niet dik genoeg.

“Müller? Lelijke speler. Die hadden we bij Ajax niet willen hebben,” zei Jo.

“Beter dan Van Basten,” zei ik iets te fel.

Ik werd rechtsachter gezet.

Gisteren overleed Gerd Müller.

De moordenaar van Oranje.

Duizendmaal gekeken hoe hij Ruud Krol in de luren legde in de WK-finale.

Aannemen, de forse kont erin, draaien, schieten.

Verder: intikkers en lelijke doelpunten.

Het was een mooie middag. Ik wilde naar buiten.

Maar ik keek alleen maar filmpjes waarin Gerd Müller eindeloos scoorde.

Mijn vader haalde me uit bed om naar Muhammad Ali te kijken, maar ik was zelf de ontdekker van Gerd Müller. Ik heb hem maar een paar jaar gezien, elke zaterdag vanaf zes uur ’s avonds. Die Sportschau. Meteen fan toen ik hem liggend zag scoren. De bal huppelde in het doel.

Ik probeerde hem te imiteren.

Op zaterdagmiddagen in Drempt en Zelhem en Steenderen sloop ik door de strafschopgebieden en probeerde te scoren met knie, schouder, teen.

Op het schoolplein was ik hem.

Ik deed ook na hoe hij juichte.

Staubi sloeg me een bloedneus omdat er in zijn familie iets in de oorlog was gebeurd.

Gerd Müller leed sinds 2015 aan de ziekte van Alzheimer.

Het idee dat hij zich zijn doelpunten niet meer zou kunnen herinneren.

Of dat iemand hem op een tablet die winnende goal uit de WK-finale zou laten zien, en dat hij dan niet zou beseffen dat hij dat was die de bal langs Jan Jongbloed schoot.

Immens verdrietig.

Daarom: nog meer doelpunten. Ik kon mijn ogen niet van Gerd Müller afhouden.

Ik sloeg ook het boek Gerd Müller. Die Statistik open, van Erich Lindermeier. Waarin Pippo Inzaghi, ook al zo’n lekkere rommelspits, zegt: “Wer Fussbal spielt und nicht so werden will wie Gerd Müller, mit dem stimmt was nicht.

Heb je het gelezen, Jo?

Daarna keek ik in de slaapkamer in de grote spiegel, draaiend met mijn lichaam.

Jammer, nog steeds geen Gerd Müllerkont.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden