Theodor Holman Beeld Artur Krynicki

Motregen treitert ons, maar ik ben bevangen door nostalgie

Plus Theodor Holman

We staan op het dorpsplein. De motregen vindt het leuk om ons te treiteren, maar ik ben bevangen door nostalgie.

“Dus ik stond hier met mijn gitaar en dan speelde ik voor de mensen op het terras Blowin de wind. En dan haalden we toch genoeg geld op voor ficelles met tomaat of camembert.”

“Ik zie geen terras.”

“Nee, dat is weg. Maar dat was hier.”

“En waar sliepen jullie dan?”

“In de Eend.”

“En waar gingen jullie naar de wc?”

“Naast de Eend.”

Het was 48 jaar geleden. Ik herken het dorp wel, en niet. Ik weet eigenlijk niet wat ik herken. Mijn enthousiasme wordt niet gedeeld en ik geef daarvan de motregen de schuld. Er is op de andere hoek van het plein een restaurant dat volgens mij toen nog niet bestond. We gaan er heen. Het is een Libanees en we eten er iets dat in een pannenkoek is gerold.

Mijn vrouw begrijpt wel dat ik aandacht behoef en vraagt: “En wat speelde je nog meer?”

“Een blues, gewoon een blues. Drie akkoorden. Met een geïmproviseerde tekst…”

Opeens krijg ik werkelijk the blues. Ik zat daar tegen dat muurtje te tokkelen terwijl Wim amechtig zat te pielen op zijn Bluesharp-mondharmonica en Arthur Javaanse jongens-sjekkies rolde.

We kregen aandacht van de plaatselijke jeugd. Ze applaudisseerden.

Beiden kompanen zijn dood. Na die vakantie hadden we eigenlijk nooit meer contact. Ze gingen in Leiden en Groningen studeren. Wim is gestorven aan de alcohol en Arthur pleegde zelfmoord, hoorde ik later – geen idee waarom.

Het begint te onweren. Het is of de bliksem het plein een pak slaag geeft en de donder mijn verleden wil wegjagen.

Blowin in the wind,” zegt mijn vrouw opeens.

“Wat?”

“Je fluit Blowin in the wind…Het is wel het meest cliché-matige lied van Dylan.”

Zwijgen is op z’n plaats en ik staar naar de lucht om te ontdekken waar de donder vandaan komt. Vermoedelijk houdt hij zich schuil in grijze grotten waar onze hoop, ambities en verlangens van destijds liggen opgeslagen.

De Donder-reus trekt verder en laat zijn lucht van ozon achter.

“Waar zijn de mensen hier eigenlijk?” vraagt mijn vrouw.

Ze heeft gelijk. Het is donderdag, maar het lijkt zondag. In het restaurant zijn wij de enige gasten.

De stenen van het plein slaan damp uit. Er steekt een warme wind op.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden