Natascha van Weezel. Beeld Artur Krynicki
Natascha van Weezel.Beeld Artur Krynicki

Morgen kan ook jij vluchteling zijn: ‘Toen ik opstond, was er opeens oorlog’

PlusNatascha van Weezel

Natascha van Weezel

De laatste maanden kwam ik geregeld in de RAI voor coronatesten en vaccinaties. Vandaag ben ik er weer, maar om een heel andere reden. De gemeente en het Rode Kruis hebben hier een humanitair servicepunt ingericht voor Oekraïense vluchtelingen. In het congrescentrum kunnen ze even bijkomen en zich inschrijven als tijdelijke inwoners van Amsterdam.

Na een korte training wordt onze groep vrijwilligers meteen in het diepe gegooid. Het is zo ongelooflijk druk dat er geen tijd is voor nadere uitleg. Honderden Oekraïners stromen tegelijkertijd binnen. Na een reis van meer dan veertig uur zijn de meesten uitgeteld. Ze willen zo snel mogelijk naar bed. Aan ons de taak om een accommodatie voor hen te vinden.

Ik zie veel vrouwen met kinderen, sommigen in tranen. Een van hen schreeuwt dat ze terug wil naar haar man, die in Kiev moest blijven om te vechten. De Oekraïense tolk komt haar troosten. Veel vluchtelingen hebben hun hond of kat meegenomen. De beestjes liggen rustig in hun reismand of op schoot te slapen.

Terwijl een paar kleine meisjes druk in de rondte rennen, houdt een dame van mijn leeftijd me staande. Ze wacht al urenlang op een hotel. Ik moet haar mededelen dat we net een bed voor haar hebben gevonden. Helaas is dat in een sporthal in Wormer. De teleurstelling druipt van haar gezicht.

Als ze mijn ketting met een davidster ziet, vliegt ze me bijna om de hals. Ze is ook Joods en smeekt me om het telefoonnummer van de rabbijn. Misschien kan hij haar verder helpen of haar eens uitnodigen voor sjabbat? Ze is helemaal alleen gevlucht uit Odessa. Haar ouders zijn daar achtergebleven omdat haar moeder ernstig ziek is.

Een andere vrouw vraagt of ik het adres van haar nieuwe verblijfplaats wil intypen op Google Maps. Terwijl ik dit doe, verschijnt er een pushbericht van Tinder. De vrouw geneert zich dood. Ik moet lachen. Ze hoeft zich helemaal niet te schamen, ik ken mijn vriend ook via een datingapp. Haar ogen worden groot: “Echt waar? Zijn Nederlandse mannen knap? Ik hoop dat ik hier iemand ontmoet. Dat zou dan tenminste nog één lichtpuntje zijn.”

Een moeder met een baby op haar arm vraagt om een bepaald medicijn. Ze legt uit dat ze geen tijd meer had om naar de apotheek te gaan. “Op een avond ging ik naar bed en de volgende ochtend was er opeens oorlog. Ik had nooit gedacht dat ík in deze situatie terecht zou komen.”

De jonge moeder verwoordt wat ik al de hele dag denk. Met mijn witte hulpverlenersvestje aan vang ik nu Oekraïense vluchtelingen op in mijn eigen, veilige Amsterdam. Maar de wereld is onvoorspelbaar geworden. Vandaag zit je thuis op de bank en morgen kan je vluchteling zijn. Zomaar, ineens.

Natascha van Weezel (1986) is journalist. Elke maandag schrijft ze een column voor Het Parool.

Reageren? natascha@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden