Moeten we alles willen zeggen wat we kúnnen zeggen?

Tegenover kritische geluiden over taalverruwing wordt al snel de vrijheid van meningsuiting in stelling gebracht, schrijft Julia van Rijn. Maar moeten we wel alles willen zeggen wat we kúnnen zeggen?

Beeld Merel Corduwener

Zet een wacht voor mijn mond, Heer, een post voor de deur van mijn lippen. Dit schietgebedje behoedt mij dikwijls te snel, te fel of ronduit onaardig te reageren, wanneer mensen iets zeggen wat mij niet bevalt.
Het gebed komt uit de Bijbel, uit het boek Psalmen om precies te zijn. Daar zijn meer teksten te lezen die aangeven hoe moeilijk het is de tong te beteugelen. 'Hun mond loopt over van venijn, de woorden op hun lippen zijn zwaarden...'

Deze teksten zijn meer dan tweeduizend jaar oud. Er is dus kennelijk niets nieuws onder de zon als het gaat om taalverruwing. Dat kan het probleem relativeren. Toch komt er de laatste tijd wel erg veel gesproken en geschreven taal tot mij die mij onaangenaam treft. Van spreekkoren op de voetbalvelden en bij protestbijeenkomsten tot onparlementair taalgebruik in het parlement.

Verbaal geweld
We hebben Safer Internet Day achter de rug. Minister Lodewijk Asscher ging in een open brief op Facebook in op de venijnige uitingen die hem ten deel vallen op de social media, vaak verwijzend naar zijn Joodse afkomst. Ik weet dat ook anderen dat gebeurt. Ik roer mij zelf op Facebook en Twitter, en toch raakt het mij.

In een uitzending van EenVandaag zagen we de statistieken: 400.000 Nederlanders krijgen jaarlijks te maken met verbaal geweld op Facebook en Twitter. Vrouwen vaker dan mannen. Meisjes tussen vijftien en achttien jaar het vaakst. Wat doet dat met jonge vrouwen? Het maakt me woedend. 'Schelden doet geen zeer, maar slaan veel meer,' riepen we vroeger op het schoolplein. Onzin, schelden doet wel zeer en schrijnt veel langer dan een klap.

Julia van Rijn
is predikant en algemeen secretaris van de Protestantse Kerk Amsterdam

Julia van Rijn. Beeld -

Traag in kwaad
De apostel Jacobus schreef in de eerste eeuw aan zijn lezers: ieder mens moet zich haasten om te luisteren, maar traag zijn om te spreken, traag ook in kwaad worden. De woede van een mens brengt volgens hem niets goeds voort. Schelden, kwetsen, het kan inderdaad niet goed zijn. Maar tegenover kritische geluiden ten aanzien van taalverruwing wordt al snel de vrijheid van meningsuiting in stelling gebracht: we moeten toch alles kunnen zeggen? Ik deel dat, hoewel ik moeite heb de roep 'daar moet een piemel in' en vrijheid van meningsuiting met elkaar te verbinden.

We moeten alles kunnen zeggen, maar moeten we ook alles willen zeggen? Is altijd zeggen wat je denkt een deugd? Ik zou daar een paar klassieke deugden naast willen zetten: verstandigheid, matigheid en zelfbeheersing, liefde. Wat zou het mooi zijn als we deze deugden, die ons spreken en schrijven vertragen, zouden beoefenen. Geen sexy deugden, en ze vergen inderdaad oefening. Maar ik weet zeker dat de sfeer op het voetbalveld en internet, in het parlement en de publieke ruimte van deugdelijke taal enorm opknapt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden