Roos Schlikker. Beeld Lin Woldendorp
Roos Schlikker.Beeld Lin Woldendorp

Moeten is nog lang niet vervangen door mogen

PlusRoos Schlikker

Er ligt een hondenkluif op de kast. Het was mijn eigen analogie nota bene.

Laatst ging ik fietsen met een hartsvriendin. We lijken op elkaar. Categorie flink zijn, controle bewaren en ‘Gij zult nimmer het slachtoffer uithangen en problemen altijd oplossen. Die van uzelve en van anderen’. Wij plakken pleisters nog voor iemand gevallen is. Liefst met behulp van een to do-list, spreadsheet en stappenplan.

Terwijl we tegen de wind in trapten, tuurde ik over de weilanden. Plotseling realiseerde ik me: we zijn nooit klaar. Het brein is als een hond die almaar zoekt naar een kluif om zijn tanden in te zetten. Is de ene kwestie voorbij, dan speuren gedachten onmiddellijk naar het volgende potentiële gevaar. Mijn vriendin en ik grijnsden naar elkaar. Ik deed een blafje.

Enkele weken later zit ik snikkend bij de psycholoog vanwege mijn voortdurende duizeligheidsmigraine. Iedereen zegt: “Doe rustig. Ontspan.” Maar wat valt er te relaxen als ik deze kwestie niet heb gefikst? Ik moet een actielijst maken, specialisten inschakelen, me inlezen in de ziekte, ik moet moet moet.

Zoals zovelen trouwens om me heen. Moeten is nog lang niet vervangen door mogen. En dan heb ik nog geluk, want ik ontspan van mijn baan. Schrijven brengt flow, als ik dat doe, interesseert het me geen moer wat er om me heen gebeurt. Verder sta ik altijd aan. Waar is mijn uitknop?

Mijn psychologe is een van de leukste vrouwen die ik ken. Ze is in de zeventig, altijd gesoigneerd en heeft een werkkeldertje vol handtassen, boeken en sieraden waar ik zou kunnen wonen. Ze vertelt over een piloot die ze ooit behandelde. “Ik was gefascineerd. Het is toch een wonder? Dat hij zo’n apparaat kan besturen en ik er als reiziger vol vertrouwen instap? Dus vroeg ik: “Wat doe je als een zwaan recht op je motoren af vliegt?” Weet je wat hij antwoordde?” Ze heft de handen in de lucht. Haar ringen glinsteren in het zachte souterrainlicht. “Hij sloot zijn ogen en stopte zijn handen letterlijk onder zijn billen.” Verbaasd kijk ik haar aan. Ze lacht: “Om te voorkomen dat hij meteen handelde en iets stoms zou doen. Eerst adempauze, dan pas actie.”

Adempauze. Wie neemt er tegenwoordig nog een adempauze? We jagen na, we jagen op, we rennen door, we remmen nooit, iedere minuut grijpen we onze telefoon. Is er een melding? Een appje? Iets wat antwoord behoeft? We zoeken kluif, op kluif, op kluif.

Tijdens het gesprek oefen ik stiekem door mijn knokkels onder mijn billen te stoppen. Ongemakkelijk adem ik door. Ontspannen, ik vind het keihard werken. Bij mijn vertrek geeft mijn psychologe me een knuffel. En een advies: koop een hondenkluif. Het herinnert je aan onze eeuwige prikkelbehoefte.

Dus nu kijk ik ernaar zodra mijn hart jaagt. Ik kijk en waan me een piloot, vliegend boven de blaffende menigte. Mijn vingers worden warm onder mijn eigen gewicht. En langzaamaan voelt het steeds minder vreemd. Ik kijk. Zit. Wacht. Heel rustig. Tot de zwanen keren. En ik met ze mee kan zweven.

Roos Schlikker (1975) is journalist en schrijfster van boeken en toneelstukken. Elke zaterdag schrijft ze een column voor Het Parool.

Reageren? r.schlikker@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden