Maarten Moll. Beeld Sjoukje Bierma
Maarten Moll.Beeld Sjoukje Bierma

Moest ik er iets van zeggen, van dat stukje ui in zijn mondhoek?

PlusMaarten Moll

Maarten Moll

Met zijn rug tegen de leuning stond een man een broodje haring te eten.

Een meter naast hem maakte ik mijn fiets vast aan Brug 6.

De man stond er totaal ontspannen bij. Innig tevreden kauwde hij op de vis.

Er zat een stukje ui in zijn mondhoek.

De man nam nog een hap. Het stukje ui bleef zitten. Het zat daar goed in die mondhoek van de man.

Ik was klaar om mijn weg te vervolgen.

Ik keek nog eens naar de man.

Hij stak zijn broodje, er was nog een derde van over, als begroeting naar me op.

Ik knikte hem toe.

Groene draadjes tussen je tanden, hemd of trui na toiletbezoek in de broek beland in plaats van erover, een snotje half uit de neus hangend.

Moest ik er iets van zeggen, van dat stukje ui in zijn mondhoek?

Hij had waarschijnlijk het kartonnetje waar de vis op werd geserveerd weggegooid. Samen met het servetje, want dat zag ik ook niet meer.

Ik bleef staan treuzelen, deed alsof ik in mijn zak naar iets zocht.

De man bleef onverstoorbaar verder eten.

Ik denk dat hij nog twee happen had te gaan.

Het stukje ui bevond zich nog waar het al een tijdje zat.

Het schitterde nu, het stukje ui schitterde in de zon.

Uit mijn achterzak haalde ik een stuk papier. Een recensie van een boek dat ik uit een boekenbijlage had gescheurd.

Ik begon het aandachtig te bekijken.

‘Mannen willen seks,’ las ik, ‘vrouwen willen liefde, het is een klassieke boodschap die…’

Over de recensie heen zag ik dat de man het einde van zijn broodje naderde.

Hij nam het laatste stukje nu in beide handen en vouwde het kontje open. Ook ik zag dat er nog een stuk haring te gaan was. (Niets zo teleurstellend als de laatste hap van een broodje waar geen beleg meer op zit.)

Ik las weer verder. ‘Joan: ‘Heel mijn leven namen alle mannen steeds wat ze wilden en vertrokken zodra het voorbij was.’ En: ‘Werkelijk elke man in mijn leven bakende het pad af in de richting van moord.’

Wat had ik uitgescheurd?

Nog net zag ik hoe de man voldaan het laatste stukje brood met haring in zijn mond stopte.

Met zijn wijsvinger tikte hij het naar binnen.

Ik wachtte op het gebaar.

En het gebaar kwam.

De man streek met de rug van zijn rechterhand langs zijn mond. En met zijn vingers nog een keer terug.

Veegde de hand af aan zijn broek.

Het stukje ui was niet verdwenen. Het zat nog koninklijk in de hoek van zijn mond.

Ik wilde ook gebaren. Naar hem. Vinger gericht op mijn eigen mondhoek.

Maar de man had zich al omgedraaid en liep rustig richting Gasthuismolensteeg.

Ik veegde een imaginair stukje ui uit mijn mondhoek.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden