PlusMaarten Moll

Misschien ligt het aan mij, maar ik kom nooit helemaal droog uit een regenpak tevoorschijn

Maarten Moll
null Beeld Sjoukje Bierma
Beeld Sjoukje Bierma

De zinderende zomerdagen zijn alweer vergeten en ver weggezakt in het geheugen.

Het regent.

Ik daal af in de krochten van de hal. Dat wil zeggen: ik graai in de holte onder de trap, waar plastic tassen met spullen liggen die ook bijna in de vergetelheid zijn geraakt.

Tassen met schaatsen, oude schoenen, een doos met pocketboeken, tennisrackets. Een bak met badkamertegels.

En, ja. Niet vergeten, al had ik gehoopt er nu nog niet naar te hoeven reiken.

De plastic tas met het regenpak.

Die lange zwarte broek en die oversized jas. Van niet-ademend materiaal uiteraard, want geld uitgeven aan een goed regenpak is er niet bij.

Zo vaak regent het toch niet als je naar buiten moet?

Jawel.

Hoe vaak dan?

Vaak.

Echt?

Echt.

Daar is de tas. Er komt geen muffe lucht uit, maar ik ruik ook niet de laatste regenbui waarin ik in dit pak gehuld door de stad fietste.

In de Zweedse puzzel die ik deze ochtend maakte, kwamen opvallend veel plekken voor waar het nu vast niet regent. Suez, Eilat, Ottawa, Peru. Ik moest ook een rivier in Frankrijk invullen. Vijf letters. Soms is dat de Seine, of de Loire, maar meestal de Isère. De Isère stroomt ook door Romans-sur-Isère, waar we in een verstikkend hete zomer eens van ellende het schoenenmuseum zijn binnengevlucht om maar wat af te koelen. Maar dit terzijde.

Ik sta in de hal met het regenpak aan. In de jaszakken voel ik hondenzakjes en mondkapjes.

Ik zucht. Misschien ligt het aan mij, maar ik kom nooit helemaal droog uit een regenpak tevoorschijn. (Van het zweten, maar ook weet de regen altijd kiertjes te vinden om op de broek ronde, natte plekken te maken.) En ook niet kreukvrij. Verfomfaaid, dat is het woord. Kapsel en kleding alsof ik een uur door elkaar ben geschud in een centrifuge.

Ik kijk naar buiten. Het is gestopt met regenen. Buienradar zegt dat het minstens een uur droog zal blijven. Ik trek het regenpak weer uit.

Een halfuur later ben ik bijna doorweekt. Van dat half uur heb ik een kwartier onder een afdak van een portiekwoning geschuild. Natuurlijk begon het al na de brug te regenen.

Op de terugweg naar huis in een stortbui terechtkomen?

Prima.

Op weg naar een afspraak door de regen fietsen?

Vul maar in. Ik vind weinig dingen erger dan door de regen fietsen. Futiel, ik weet het, en het zelfmedelijden als je je broek aan je bovenbenen voelt kleven is ook sterk overdreven, maar ik zit nog liever een dag zonder stroom. Of onverwacht naar een leeg pak koffiefilters te kijken.

Bij de Hortus staat de brug open. Iemand heeft de reguliere tekst op een bordje met papier en eigen handschrift aangepast: ‘Slagbomen worden op slag verliefd’.

Met een glimlach roffel ik met platte handen een applaus op mijn natte spijkerbroek.

Als de brug met een ijzeren kloink weer is neergekomen, regent het nog steeds.

In Ottawa hebben ze vast andere problemen.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden