Theodor Holman. Beeld Artur Krynicki

Misschien kan mijn hond op Rutger Groot Wassink-cursus

Plus Theodor Holman

Koos, zelf een blaffende ‘mixed race’, discrimineert alles, behalve grote honden en een bepaald soort vrouwen dat ik zelf eigenlijk discrimineer, althans altijd wens te ontlopen omdat ik bang voor ze ben.

Koos niet. Komt er weer zo’n zelfbenoemde hoogleraar in de hogere columnistiek aan die mij de les wil lezen, dan is Koos verheugd en zwaait zijn staartje van opgewonden ­enthousiasme alsof de vrouw hem gaat voorzien van kilo’s pens. Elke keer dat de vrouw mij bloederige lappen beledigingen toewerpt, raakt Koos nog verliefder op haar.

Wanneer we door het Vondelpark wandelen, bied ik tachtig keer mijn excuses aan. Mannen van kleur (maar weer niet die hele donkere heren), dames met een hoofddoek en Indo’s moeten het bij hem ontgelden. Vooral trouwens die laatste groep. Dat is natuurlijk raar gezien mijn eigen coloriet. Wanneer Koos begint te grommen tegen een rasgenoot dan denk ik altijd dat de man meent dat ik mijn ‘anjing’ (hond) slecht behandel en schaam ik me.

Het discriminerende gedrag van Koos is onverklaarbaar. Misschien kan ik hem op een Rutger Groot Wassink-GroenLinks-cursus doen, maar hij zou dan onmiddellijk verliefd worden op Sylvana Simons en ook op onze burgemeester. Dus die cursus doe ik maar niet met hem.

Toch leer ik van het eerlijke racisme van Koos. Zo denk ik dat een cursus niemand helpt tegen discrimineren. Een racist zal meestal racist blijven. Racisme is namelijk een hardnekkige ideologie. Een wreed geloof. Natuurlijk zijn er mensen wier racisme aangeleerd is, maar net als Koos ken ik ook mensen die ik ‘zomaar’ niet mag. 

Ik maak misschien geen onderscheid naar kleur, maar waarom vind ik de ene mens sympathiek en de andere niet? Misschien zou ik van mening kunnen veranderen als ik de onsympathieke mens beter zou leren kennen, maar waarom zou ik dat willen? Racisme afleren is als het geloof van je ouders verraden. Afvalligen zijn niet populair.

Wat je wel kunt leren is beleefd zijn. Beleefdheid is afstand houden middels een aantal rituelen. Door die afstand en die rituelen hoef je de ander niet meteen te laten weten wat je van hem of haar vindt.

Ik heb een kennis die een fraai bruin Indokleurtje heeft. Koos behandelt hem als een moordende indringer. Ik heb die kennis Koos flinke stukken leverworst laten voeren. En nu zijn ze de beste vrienden.

Wat leert ons dat?

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden