Plus

Misschien heeft de geest van mijn oma ook alzheimer

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (35) probeert op maandag, woensdag en vrijdag iets van het leven te begrijpen.

Beeld Agata Nowicka

Ik loop door het Eduard Douwes Dekkerhuis. Mijn oma leeft al vijf maanden niet meer, maar ik wil gewoon even kijken of ze er nog is. Of ik haar hier voel. En als ik haar hier voel, pak ik haar op en neem ik haar mee naar een mooiere plek. Ze heeft hier jarenlang gewoond, maar dit is niet haar thuis. Ik wil niet dat ze hier ronddwaalt. Ze moet naar huis, maar wellicht weet ze niet meer waar huis is. Misschien heeft de geest van mijn grootmoeder ook alzheimer.

In de tuin van het verzorgingshuis zit een oude man. Twee grijze wenkbrauwen onder een wit vissershoedje, meer is er niet van de man over. Het vissershoedje beschermt hem tegen de zon, maar eigenlijk is het andersom. Het vissershoedje beschermt de zon tegen de man. De zon hoeft hem niet te zien. Niet zo. De man schreeuwt. Hij schreeuwt zoals mijn oma soms ook kon schreeuwen. De eerste keer dat ik die schreeuw hoorde, dacht ik dat ze schreeuwde van de pijn, maar ze schreeuwde juist omdat ze niet meer wist hoe de pijn voelde.

Ook in het restaurant voel ik haar aanwezigheid niet. Gelukkig maar. Ik bestel een tosti en ga aan onze tafel zitten. Hier zat ze altijd. Aan de overkant van de tafel zit een extreem fragiele vrouw een plakje cake te eten. Ze neemt een hapje. Alles trilt. Het plakje cake is zo breekbaar en droog dat het bijna op kannibalisme lijkt.

Ik loop naar de lift. Onze lift. In deze lift pakte oma heel soms mijn hand vast. En dan keken we samen in de spiegel die in de lift hing. Ik zag een oma met haar kleinzoon en zij zag negen van de tien keer twee onbekenden. Hoofdrolspelers werden figuranten. Ons verleden kwijtgeraakt als een paraplu in de trein, en de rest is geschiedenis.

In de huiskamer op haar afdeling zitten allemaal nieuwe mensen. Waar haar naam ooit hing, hangt nu een andere naam. Een man staart naar de magnetron in het keukentje. Ik vraag aan hem wat er op televisie is. "Wielrennen," zegt hij. Op de gang zit een vrouw in een prachtige stippeltjesjurk, ze vraagt of ik haar vader ben. Ik fluister in haar oor dat ik trots op haar ben en dat alles goed komt.

De oude kamer van oma ruikt niet meer naar haar zeep en boven haar bed hangen foto's van mensen die ik niet ken. Ik vind dat zo cru. Een vrouw verliest haar geheugen en dan hangt iemand honderden herinneringen boven haar bed. Dat is een beetje hetzelfde als een naaktkalender ophangen boven het bed van een man met erectiestoornissen. Waarom zou je iemand constant willen confronteren met dat wat niet meer werkt?

Opgelucht loop ik naar buiten. Ik voelde oma hier niet, dus ze is ergens anders. Ergens waar het mooi is. Ergens waar de ziekte van Alzheimer zelf alzheimer heeft. Hoor zijn schreeuw. Het is geen schreeuw van de pijn, het is een schreeuw van een ziekte die niet meer weet hoe hij de mensen ziek moet maken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden