Plus Column

Misschien een tikspel: Burpee, jij bent hem

Ellen Dikker Beeld Wolff

Ik ben gaan sporten. Niet omdat ik het wilde, maar omdat het moest. Het ging niet langer zo.

Hijgend op de fiets, puffend twee trappen op, zwetend honderd meter rennen naast mijn jongste van vijf. En ik begon steeds meer op een dier te lijken. Zwabberende kipfiletjes onder mijn bovenarmen, varkenslapjes op mijn dijen en een laagje eendenvet all over the place. Toen mijn vriend met een nieuw koosnaampje kwam, wist ik dat ik actie moest ondernemen. Hij noemde me rolmopsje.

Zoekend op internet vond ik een sportschool waar je in kleine groepjes van zes tot acht personen traint onder begeleiding van een ervaren instructeur. Dat leek me echt iets voor mij. De eerste keer deed ik energiek mee aan het parcoursje. 's Avonds had ik hartklachten. "Ik geloof dat ik iets te hard van stapel ben gelopen," piepte ik angstig met een hand op mijn pijnlijke borst.

De tweede les moest ik iets onmogelijks doen. Planken, omhoog springen, op mijn hurken neerkomen en weer planken. "Oké let's go, veertig seconden burpees!" riep de instructrice enthousiast.

"Burpees?" Dit woord kende ik. Hier had mijn zoon het ook weleens over. Het leek mij een gezellig oefeningetje. Een beetje stout ook. "Kom we doen een burpee en dan hard wegrennen!"

Een burpee (spreek uit burpie) klinkt als een boertje. Heel terloops, hup een burpee en weer door. Het had ook een soort kikkersprongetje kunnen zijn. Of een grappig dansje uit vervlogen tijden. Misschien een tikspel: Burpee, jij bent hem.

In ieder geval iets vrolijks en iets lichts. Ik ben nog nooit zo'n misleidend woord tegengekomen.

Burpees zijn de hel. Na drie burpees kun je me opvegen. Het team van mijn zoontje moest laatst als huiswerk twee minuten, ik herhaal twee minuten, burpees doen.

Die mafkees van mij deed er 43. Zo moesten die jochies ook twee minuten squats doen, twee minuten planken, twee minuten op hun handen staan, twee minuten op hun kop staan. Ik zeg het je: maak geen ruzie met zo'n kind. Het zijn powerhouses. Twee turven hoog, maar ze smijten de Hulk in een hoek. Beesten zijn het, verpakt als schattige voetballertjes.

Ik heb nog een lange weg te gaan. Eerst maar eens zien dat ik het die veertig seconden volhoud. Zonder hartklachten. En wat die sportschool me nu al heeft opgeleverd, is een diep respect voor alle topsporters. ­Erica Terpstra, you've got me. Je gaat het pas zien als je het doorhebt.

Cabaretière Ellen Dikker had heel lang niets met voetbal, totdat haar zoon werd gescout door Ajax. Iedere zaterdag schrijft zij in Het Parool een column over haar 'Kleine Messi'. Lees al haar columns terug in het archief. Reageren? e.dikker@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden