Essay

Misschien delen we toch iets heel wezenlijks met elkaar

Een week na de aanslagen in Parijs vraagt Paroolcolumnist Johan Fretz zich in dit essay af wat het precies is dat wij willen beschermen. 'Wie zijn wij?'

Beeld Dadara

De week na een aanslag voelt helaas akelig vertrouwd. Mechanismen die we al te goed kennen, zijn weer in werking getreden. De doodse stilte van de onmacht. De angst, het gevecht tegen de angst, de woede en de verwerping van de woede, de roep om eenheid versus de roep om daadkracht.

In het oog van de orkaan lijken ook veel zaken triviaal. Debatten over feminisme, racisme, maar ook sportuitslagen, de commissie-Stiekem, het uitkomen van een nieuwe film of plaat waar we naar uitkeken. Toch zijn dit allerminst trivialiteiten. Ze vormen het hart van onze samenleving: het feit dat wij ons in zulke zaken kunnen verdiepen en dat wij elkaar met woord en idee kunnen bestrijden, zo ziet vrijheid eruit.

Uit elkaar spelen
Ik moest wel lachen om de ophef over Matthijs van Nieuwkerk, die in DWDD een bericht voorlas over de ontruiming van het voetbalstadion in Hannover, daarna meteen hap van zijn taart nam en zei: 'Heerlijke taart, formidabele taart!' Daar werden mensen nogal boos over, men vond het ongepast.

Maar Van Nieuwkerk, die zijn mening meestal voor zich houdt, liet de goede verstaander toch vooral horen: 'Ik laat me de vreugde van het leven niet ontnemen. Laten we doorgaan!' Eet, drink, luister muziek, dans. Of misschien wilde ik dat er wel in zien. Dat kan ook. Vaak projecteren wij ons eigen wereldbeeld op alles wat we voorbij zien komen.

Na de aanslagen is een veelgehoorde boodschap: we moeten ons niet uit elkaar laten spelen. We moeten eenheid tonen. Dat zijn mooie woorden, ze vangen ook mijn hoop. Er is alleen een probleem: ook zonder IS laten wij ons al heel vaak uit elkaar spelen, ook zonder aanslagen is de eenheid hier ver te zoeken.

De ander willen begrijpen
Het afgelopen decennium (en misschien al wel veel langer) lijkt de bereidheid om de ander te ontmoeten, hem te begrijpen, volledig te zijn vervaagd. Onze samenleving heeft soms wat weg van een schoolplein waar verschillende kampen elkaar nauwelijks het licht in de ogen gunnen. Terwijl de gedachten van andersdenkenden, zelfs wanneer we het er hartgrondig mee oneens zijn, heel waardevol kunnen zijn. De dialoog geeft ons meer ruimte, meer zuurstof.

Ik ben ervan overtuigd dat ieder mens bereid is deel uit te maken van iets dat groter is dan zijn individuele universum, zolang zijn persoonlijke angsten en verlangens maar worden erkend. Zelf bepleit ik vaak de zachte waarden: verzoening en verbroedering, om er maar eens twee te noemen. Die zijn minder tastbaar, maar dat ze daardoor geen waarde hebben, is een misvatting. Wel hebben ze de neiging om snel hol en vaag te klinken. Ze krijgen pas waarde wanneer je ze zelf betekenis geeft en krachtig uitdraagt. Dat begint bij: de ander willen begrijpen.

Wie wil verzoenen, moet zich niet uitsluitend richten op degenen met wie hij het al eens is. Het volstaat nu niet om een mooie quote van Martin Luther King op Twitter te zetten, een foto van overheidsgebouwen die met de kleuren van de Franse vlag worden beschenen, een video van een pianist die Imagine speelt voor Bataclan.

Oorlogsretoriek
Het zijn mooie symbolen: de woorden en beelden die onze verbeelding vangen, de verbeelding waar fundamentalisten juist zo'n hekel aan hebben. Maar ik wil ook graag begrijpen wat de voedingsbodem is voor de minder zachtmoedige antwoorden.

Het verwerpen van oorlogsretoriek bijvoorbeeld lijkt me een mooi streven, maar om die retoriek te verwerpen, moet je het gevoel dat erachter schuilgaat wel kunnen invoelen. De woede en onmacht, de pijn, de wil om de barbaren met gelijke munt te betalen voor hun wreedheden.

Die gevoelens zijn geen mens vreemd. Maar nu wordt in de wil om mensen dichter bij elkaar te brengen vaak ontkend dat die gevoelens van angst en woede bestaan, dat oorlogsretoriek voortkomt uit heel elementaire menselijke emoties. Een afkeurende bezwering als 'Dan doe je juist wat de extremisten willen' kan daardoor moreel superieur klinken en schiet zijn doel voorbij. Het zijn mooie koppen - 'IS is banger voor eenheid dan voor bommen' -maar je kunt niet verwachten dat door 'Eenheid!' te roepen, die eenheid ook wordt bereikt.

Wie zijn wij?
Neem mijn collega-columnist Theodor Holman. Zijn beste vriend werd elf jaar geleden vermoord door een fundamentalist: moet ik van hem verwachten dat hij ook vol is van mijn verlangen tot verzoening, of zal ik eens beginnen mijn best doen hem te begrijpen?

Ik weet zeker dat wij als samenleving elkaar en dat wat ons dierbaar is kunnen beschermen tegen barbaren. Een krachtig begin daarvan zou zijn weer met meer openheid het gesprek met elkaar aangaan over wat het eigenlijk is dat wij beschermen. We zullen dat moeten definiëren: in een veranderende wereld, met vervagende grenzen die lang niet iedereen behagen, met brandhaarden om ons heen en mensen die die brandhaarden ontvluchten en hun geluk hier zoeken.

Wie zijn wij? Laten we dat gesprek voeren. Niet altijd weer met die giftigheid, niet altijd alsof het op leven en dood is. Niet altijd onszelf wapenen tegen elkaar, maar ook durven ontwapenen.

Herkennen
En natuurlijk zullen we het vaak níet met elkaar eens zijn, want we komen allemaal ergens anders vandaan en we willen allemaal ergens anders heen. Gelukkig ook maar: die verscheidenheid maakt onze samenleving rijk.

Het gesprek kan dus ook als hoogste doel blijken te hebben dat wij elkaar weer wat meer ruimte gunnen. De erkenning van de ander en zijn ruimte alleen al zou een waardevolle stap zijn. Iets waardoor een zin als 'We laten ons niet uit elkaar spelen' in de toekomst wat minder ongeloofwaardig zou klinken.

Ze zeggen wel eens dat Europa een museum is, iets van gisteren, maar in dit museum ligt nog altijd de belofte van een toekomst. Wie niet beter weet, zou denken dat het onmogelijk is ooit nog wat dichter tot elkaar te komen. Wat is het dan toch dat wij onszelf allemaal herkennen in de gezichten van de slachtoffers van vorige week? Die zo verschillend waren, in afkomst, overtuiging en levensopvatting, maar in wie we toch onherroepelijk onszelf terugzien?

Het gaat over ons
Of wij ons nu kunnen vinden in de signatuur van GeenStijl of in die van Joop, of we nu ons wereldbeeld herkennen in de woorden van Ebru Umar of in die van Bas Heijne. Of we van Youp houden of van Freek. Of we denkers zijn of dromers. In welke God we ook geloven, al geloven we dat juist een god de bron is van alle kwaads.

We zien hun gezichten en weten: dat gaat over onze geliefden, over onze vrienden, over onze dierbaren, het gaat over ons. Misschien delen we toch iets heel wezenlijks met elkaar.

Johan Fretz. Beeld Het Parool
Johan Fretz (1985) is schrijver en cabaretier. In 2012 schreef hij de roman 2025. Hij is de helft van het cabaretduo De Gebroeders Harteveld & Fretz.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden