Theodor Holman Beeld Artur Krynicki

Misbruik ziet de goeroe als goede daad

Plus Theodor Holman

Die vader van Ruinerwold lijkt seksueel misbruik te hebben gepleegd en her en der wat sadisme te hebben uitgeoefend.

Ik wil mezelf niet op de borst kloppen, maar ik wist meteen dat er meer aan de hand was.

Een sekte betekent namelijk: misbruik.

Of het nu een christelijke sekte is, de Baghwan of Lou de Palingboer, ergens in het verhaal is er altijd sprake van misselijkmakende seksualiteit en geweld. Moord ook vaak. En zelfmoord. De mens is namelijk een zeer slecht wezen – in tegenstelling tot wat sommige schrijvers be­weren – en wie te veel macht heeft, denkt dat die hem toebedeeld is vanwege zijn onmetelijke goedheid en dat hij er dus recht op heeft. Al wat hij doet, móet wel goed zijn. Hij is God, al heet hij, schrijft Harry Mulisch, Tanchelijn. Seksueel misbruik en geweld ziet de goeroe als goede daden, om zijn geloof te verspreiden.

Ooit interviewde ik een christelijke pedoseksueel die zei: “Ik deed lief, ik was liefde en wist zeker dat de liefde dieper zou worden als we elkaar het hoogste genot zouden schenken. Wat kon daar mis mee zijn?” Hij werkte op een christelijk internaat, wat ook een soort sekte was en waar de buitenwereld angstvallig buiten werd gehouden.

Laat ik een stapje verder gaan: elke idealist met succes, of het nu een communist is of een nazi, zal ooit overgaan tot naargeestige seksuele capriolen en geweld. Het is een stelling waarop iemand kan promoveren.

De helft van de kinderen van Ruinerwold neemt afstand van hun vader, de andere helft niet. Dat zijn de discipelen. Discipelen praten altijd alles goed van de goeroe, want als ze die verraden stort hun hele wereld in elkaar. Aan wie moeten ze zich dan vasthouden? Een afvallige is altijd eenzaam. Hoe vaak hebben we niet gezien dat seksueel misbruikten domweg niets durfden te zeggen? De stakkers dachten ook nog dat zij aanleiding hadden gegeven tot het misbruik.

Voor de oorlog, in het huis van mijn grootouders, kwamen aanhangers van Madame Blavatsky, Annie Besant, Krishnamurti en inderdaad onze koninklijke gebedsgenezeres Greet Hofmans. Die namen zeggen u waarschijnlijk niets, maar het waren goeroes die volgelingen hadden. En veel van die volgelingen werden misbruikt en werden gek, zo hoorde ik jaren later van mijn ouders. “Een ketting van zelfmoorden,” zei mijn moeder.

Ze geloofden sterk in hun eigen magische krachten en zagen hun oplichterspraktijken als nobele giften aan de mensheid.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden