Opinie

‘Ministers, leg de coronamaatregelen beter uit’

De coronamaatregelen zijn niet consequent, vinden artsen in opleiding Michel Wissing en Bruno Vieyra. Er zijn ingrepen nodig om het virus te bedwingen, maar de overheid moet de gemaakte keuzes eerlijk uitleggen.

Restaurant Breda in corona-opstelling, net voor de sluiting van de horeca van medio oktober.Beeld Robin van Lonkhuijsen/ANP

Dansen in clubs zit er al maanden niet in, een biertje in de bar doen kan niet meer. Een museum of prostituee bezoeken mag sinds woensdag weer, wel met het nadrukkelijke advies bescherming te gebruiken.

In de aanloop naar de gedeeltelijke lockdown zochten vele branchevertegenwoordigers de pers op om duidelijk te maken dat hun sector weinig bijdrage leverde aan de verspreiding van het virus, terwijl het sluiten van hun branche grote negatieve gevolgen zou hebben. Ondanks deze berichten besloot de overheid medio oktober om de horeca grotendeels te sluiten, terwijl andere branches open mochten blijven.

Negeert de overheid hiermee goede argumenten van de horecabranche? Of had de horecabranche geen gelijk? Het antwoord is dat voor beide standpunten wat te zeggen valt.

Mondmaskerplicht

De meeste informatie over mogelijke bronnen van besmettingen komt van het bron- en contactonderzoek door de GGD. Het geheugen van een besmet persoon is hier bepalend voor het resultaat. Je weet vaak of familie, vrienden of collega’s corona hebben. In de bar weet je vaak ook welke vrienden aan je tafel zaten. Maar wie was die hoestende vrouw in de supermarkt, wachtend in de rij bij de kassa? Of die studente naast je in de sportschool tijdens de yogales?

Omdat jij het niet weet, kan de GGD het ook niet weten. Wat je wel weet, maakt dat we meer besmettingen binnen sociale kringen vinden dan op openbare locaties als supermarkten, musea en sportscholen. Wat daar aan besmettingen optreedt, blijft grotendeels onzichtbaar.

Doordat deze dode hoeken van het bron- en contactonderzoek er zijn, weten we dat locaties waar je met familie en vrienden samenkomt, zoals de horeca, vaker aan het licht zullen komen als besmettingsbron. Het daadwerkelijke aandeel van een bron is echter lastig vast te stellen: ook al kom je later te weten dat een vriend met wie je ging stappen toen corona had, hij kan je ook op een ander moment hebben be­smet. En het is ook niet uitgesloten dat je alsnog door iemand anders besmet bent.

Zolang we deze onzekerheden houden, is het bepalen van beleid een afweging met veel vraagtekens. We moeten continu inschatten hoe effectief een maatregel op een bepaald moment is. Afstand houden helpt, maar hoeveel besmettingen met de 1,5 meterregel zijn voorkomen, kunnen we alleen schatten. Het sluiten van de horeca zal besmettingen hebben voorkomen, maar hoeveel is onbekend. Of en hoe goed mondmaskers helpen, wordt nog ­uitgebreid door experts bediscussieerd.

Daarom is het ook belangrijk om naar de ­negatieve gevolgen van een ingreep te kijken. Wat kost een maatregel? Niet alleen financieel, maar bijvoorbeeld ook als het gaat om inperkingen van de vrijheid, een kernwaarde van onze cultuur.

Het sluiten van de horeca heeft flinke finan­ciële gevolgen, maar heeft ook impact op horecamedewerkers die hun werk verliezen en op horecagasten die hun sociale uitlaatklep kwijt zijn. Het verbaast dan ook niet dat het onderzoeksinstituut Nivel recentelijk minder draagvlak onder Nederlanders vond voor het sluiten van de horeca dan voor het dragen van mondmaskers.

Kosten en baten

In de paniek die optreedt bij een toename van het aantal besmettingen, lijkt de proportionaliteit uit het oog verloren. Bij de eerste golf besloot de overheid binnen een week dat ­handen schudden niet meer mag (kleine consequenties) en moesten scholen dicht (grote consequenties). In de tweede golf werd de horeca gesloten met het advies mondkapjes te dragen; de mondmaskerplicht gaat pas 1 december in.

De huidige aanpak van afwachten tot het misgaat en dan agressief beperkingen instellen, heeft een aantal nadelen. Verschillende sectoren, waaronder de horeca en cultuur, worden door deze vergaande maatregelen hard geraakt. Waar in andere landen het dragen van mondmaskers al sinds de zomer gebruikelijk is, is het in Nederland nog steeds wennen. Bovendien wankelt hierdoor het maatschappelijk draagvlak voor maatregelen: quarantaine en isolatiemaatregelen worden regelmatig genegeerd, feestjes gaan thuis en op andere locaties door.

Voor meer draagvlak van maatregelen moet de effectiviteit beter worden afgewogen tegen de maatschappelijke kosten. Zijn er andere maatregelen die even effectief kunnen zijn, maar de vrijheid minder beperken of anderszins minder kosten? Als we onze focus verplaatsen van effectiviteit en noodzaak naar proportionaliteit, dan kan dat tot andere beslissingen leiden. Misschien had sluiting van de horeca dan niet gelijktijdig plaatsgevonden met de aankondiging van een mondmaskerverplichting, maar waren mondmaskers eerder ingevoerd en was een aanscherping van de horecaregels afdoende geweest.

Niet meer, maar beter

Ook worden we, door na te denken over proportionaliteit, gedwongen ons meer te richten op de bestaande maatregelen. Wat maakt dat men zich hier minder aan houdt? De meeste mensen zijn welwillend, maar hebben twijfels over noodzaak en effectiviteit. Als mensen over één maatregel gaan twijfelen, gaan andere maat­regelen vaak ook tegenstaan.

Het onbegrip voor maatregelen leidt tot een soort inflatie. Je mag maar drie personen als bezoek ontvangen, dan kan vier of vijf toch ook wel? Het helpt om meer uitleg te geven bij maatregelen: waarom is hiervoor gekozen en wat zijn de onzekerheden? Dit lijkt simpel, maar is het niet, want je moet de communicatie aanpassen per doelgroep. Een student overtuig je immers op andere manier dan een zzp’er.

Door met een open houding proportionaliteit een grotere rol te laten spelen bij maatregelen die de verspreiding van het nieuwe coronavirus kunnen beperken, kunnen we het maatschappelijk draagvlak voor de huidige regels ver­groten. Dit kan helpen rigoureuze maatregelen te voorkomen. Want corona onder controle krijgen kan alleen als iedereen in de samenleving hiervoor gemotiveerd is.

Michel Wissing, arts in opleiding tot specialist Infectieziektebestrijding. Hij schrijft op persoonlijke titel.
Bruno Vieyra, arts in opleiding tot specialist Infectieziektebestrijding. Hij schrijft op persoonlijke titel.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden