Mijnheer wilde zelf schrijver worden en mij tegenhouden…

PlusTheodor Holman

Naar aanleiding van een column over ‘identiteit’ van een paar dagen geleden, stelde iemand mij per mail de volgende vraag: ‘Bent u degene geworden die u wilde zijn?’

Tja, ingewikkelde zin. Ik bedoel: ik begrijp hem wel, maar ik ben nog steeds ‘in wording’. Ik weet ook niet aan welke criteria ik moet beoordelen of ik geworden ben wie ik wilde zijn. Roem? Status? Geld? Boeken­verkoop? De hoeveelheid keren dat ik geciteerd word? Moet ik blij zijn met mijn hoogstaande moraal? Het heeft geen zin te ontkennen dat ik vroeger een beroemd schrijver wilde worden. 

“Wie is die man daar?” 

“O, dat is Theodorus Holman, de Nobelprijswinnaar.” 

Die ambitie ligt nog ergens in een oud lucifersdoosje dat ik waarschijnlijk tijdens een verhuizing ben kwijt­geraakt.

Wel word ik soms treurig om wat ik ben.

Wanneer ik bijvoorbeeld aan mijn ouders denk, en dan met name mijn vader. Die hoopte maar dat ik arts zou worden, of anders advocaat. Toen ik geld ging verdienen met mijn schrijfsels, reageerde hij daar neerbuigend op. Angstig ook. Hij zei: “Ik denk dat je te weinig talent hebt om met schrijven in je bestaan te voorzien.”

Die zin zou ik hem graag voor de voeten werpen, maar dat kan dus niet, want de goede man is dood.

Onlangs las ik wat oude brieven van mijn vader uit Indië.

Hij was assistent-resident en moest terugkeren naar Holland. Daar zou hij moeten solliciteren, maar hij wist niet naar welke functie. 

Opeens las ik: “Het liefst zou ik schrijver zijn.” Ik herlas en herlas de zin en voelde na al die jaren een verdrietige woede in mij opwellen. Godverdomme! Daar zat je, vader, dagen en dagen in je stoel sacherijnig te wezen omdat je door de oorlog alles had verloren wat je dierbaar was: je ouders, Indië, andere familieleden, je studie indologie. Je had hier een rotbaan om ons te kunnen laten studeren en je zwijgzaamheid kleurde in ons huis alles loodgrijs waardoor ik begon te lijden aan schuldgevoelobesitas.

Mijnheer wilde zelf schrijver worden en mij tegenhouden…

Maar dan zie ik hem staan met mijn dochter in zijn armen. Hij had een hartaanval gehad en dacht snel te sterven. Hij drukte zijn lippen tegen haar wang en zei: “Geen oorlog, dat is het belangrijkste.”

Was hij maar geworden wat hij wilde zijn. De tijd had zijn handen gebonden. Was hij maar gaan schrijven.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden