Plus Column

Mijnheer Van Gogh troostte eerder ons dan wij hem

Theodor Holman Beeld Wolff

Gisteren waren we bij de uitvaart van ­Johan van Gogh, de ­vader van Theo. Iemand noemde hem een 'aparte man'. Zo heb ik ­'vader' ( zo noemden Theo en zijn zusjes hem) ook leren kennen. Geestig, erudiet, begaan, en waardig. Misschien is 'hoogstaand' wel een beter woord.

Een paar uur na de moord op Van Gogh betraden hij en zijn vrouw het kantoor van Column in de Van Breestraat. We beseften dat de schok van de dood van Theo bijna ondraaglijk moest zijn. Waar wij opgewonden waren, boos, soms hysterisch, was mijnheer Van Gogh waardig, hoogstaand. Op rustige toon vroeg hij de aanwezige commissaris van politie naar de voortgang. Hoe lang moest Theo blijven liggen? Wat ging er met het lijk gebeuren?

Later die week besefte ik dat het de tweede Theo van Gogh was die hij ten grave moest dragen. De eerste Theo was zijn broer geweest. Een paar dagen voor de bevrijding geliquideerd. Verzetsheld. Een broer en een zoon verliezen die hem zeer dierbaar waren, kan niet anders dan een groot verdriet veroorzaken. Dat deed het ook, maar mijnheer Van Gogh troostte door zijn houding eerder ons dan wij hem.

Zijn vrouw Anneke van Gogh begon met citeren uit ­Julius Caesar van Shakespeare. "I ­come to bury Caesar, not to praise him. The evil that men do lives after them; The good is oft interred with their bones; So let it be with Caesar."

De herdenking eindigde met een kleindochter die de eerste regels van de Odyssee voorlas: "Bezing mij, o Muze, de vindingrijke man, die zeer veel
rondzwierf..."

Dat was ontroerend.

Vader Van Gogh was inderdaad apart. 'Op de daken van Parijs' ontmoette hij zijn vrouw, met wie hij 61 jaar getrouwd was, en omdat het in zijn leven misschien wel te vaak om Vincent en diens broer Theo ging, bleef zijn ­eigen persoonlijkheid misschien wat onderbelicht. Maar hij had een groot charisma. ­Altijd begaan met de werken van Vincent, waarover hij meer wist dan wie ook. Zo was hij ook begaan met alles wat na de dood van zijn zoon verscheen. Elk jaar, op de verjaardag van Theo, somde hij op wat er allemaal rond zijn zoon gebeurd was, wie er wat over hem had geschreven of gezegd. We moesten beloven dat we Theo in ieders gedachten zouden houden.

Ik hou Johan ook graag in ­gedachten.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden