Column

'Mijn zoon wordt altijd woest op jou,' zegt ze

Theodor Holman Beeld Wolff
Theodor HolmanBeeld Wolff

"Mijn zoon wordt altijd woest op jou," zegt ze.

"O... Hoe oud is hij nu?"

"Vijfenveertig!"

Ik neem een slok van mijn wijn. Zij pakt ook haar glas.

"Heb je hem over ons verteld?"

"Alleen dat ik je kende."

Ik proef zijn leeftijd nog even door de wijn heen. Ik herinner me dat ik doodstil de trap moest oplopen, ergens in de Jordaan, omdat hij sliep en hij ons niet mocht horen. Hij was toen nog geen tien.

Bij elke tree voelde ik schaamte en schuldgevoel, maar mijn geilheid sloeg ze de trap af. Die versloeg destijds alles. Wat heb ik me misdragen toen het een verhouding dreigde te worden.

Nadat ik had beweerd dat ik echt van haar hield, liet ik niets meer van me horen. Onlangs kwamen we elkaar op Facebook tegen en nu eten we samen.

"Waarom heeft je zoon zo'n hekel aan mij?"

"Je stukjes in de krant."

Ik haal mijn schouders op.

"Heb jij ook de schurft aan me?" vraag ik.

"Soms wel. Dan weet ik niet wat ik lees. Maar ja... Ik zie toch die jongen van dertig jaar geleden voor me met wie je kon lachen. We hadden lol."

"Ja, we hadden lol, maar maakten een troep van ons leven."

"Ja... We waren slecht en hypocriet - en ik had er zelfs een kind bij."

"Ik ook."

"Dat verzweeg je... Maar ja... Nu zijn we oud."

We nemen weer gelijktijdig een slok, alsof we hebben geproost.

"Heb je spijt?" vraag ik.

"Het is allemaal goed gekomen. Ik kreeg de liefste man van de wereld. Alleen ging hij na vijftien jaar dood."

"Ja, dat las ik."

We eten ons eten langzaam op, omgekeerd evenredig aan het tempo waarin we destijds leefden.

"Gek," zegt ze opeens, "het was dertig, bijna veertig jaar geleden, maar het is net of het pas tien jaar geleden was."

"Tijd is iets wat wij mensen hebben uitgevonden, eigenlijk bestaat die niet. Als een jaar vijfhonderd dagen duurde, waren we nu nog jong," lul ik.

"Ik heb altijd geweten dat ik je nog eens terug zou zien en dat we het dan over ons zouden hebben."

"Maar zien we elkaar na vanavond nog?" vraag ik.

"Ik denk het niet... Waarom?"

Ik zwijg. Dan zegt ze: "Je hebt me destijds heel erg ongelukkig gemaakt. Maar ook gelukkig. Ik haat mezelf dat ik dat niet begrijp."

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden