Erik Jan HarmensBeeld Artur Krynicki

Mijn wens is dat ik sociale interacties van tevoren mag oefenen

PlusErik Jan Harmens

Ik was te gast in het radioprogramma Nieuwsweekend van Omroep Max om als ex-drankorgel mee te praten over het verbod op de verkoop van alcohol na acht uur ’s avonds, oftewel de alcoholavondklok. Dat woord avondklok is vanwege de oorlog beladen, daarom spreken we liever over een ‘spertijd voor spiritualiën’.

Vanwege de beperkingen koopt iedereen zijn booze vóór achten in en in ruime mate, want stel je voor dat je zonder komt te zitten. Een verstokte roker zal ook nooit mistasten in een leeg pakje. Verslaafd zijn is een logistieke operatie. Wie zwaar drinkt, is een aanzienlijk deel van de dag bezig met de inkoop van volle flessen en het wegbrengen van lege. Dat laatste is belangrijk, omdat als je het glaswerk niet op tijd wegbrengt mensen in je schuur kijken of op je balkon en denken dat je een alcoholist bent. Dat ben je natuurlijk helemaal niet, nee: je bent een levensgenieter. Een bourgondiër. Een hedonist. In ieder geval géén calvinist.

Zoals altijd bedacht ik pas in de auto terug vanuit het Mediapark in Hilversum welke antwoorden ik had móéten geven op de door de presentatoren gestelde vragen. Ik kwam ineens met de ene gevatte opmerking na de andere en was echt aan het shinen tijdens dit tweede, verzonnen vraaggesprek, dat schril afstak tegen het werkelijke interview dat net daarvoor had plaatsgevonden.

Dat naspelen doe ik ook nadat ik met iemand koffie heb gedronken of zelfs als ik iemand groet op straat. Ik loop een man tegemoet en knik ’m neutraal toe, waarop hij ineens komt met: “Hé, Erik Jan, ouwe reus!” Ik realiseer me dat ik die persoon best wel goed ken en raak in paniek, want ik had alleen maar geknikt. Dit moet ­worden rechtgezet, dus ik geef ‘m mijn gulste lach en roep: “Héééé …” Helaas komt er geen naam achteraan, geen idee hoe die kerel heet en jammer genoeg draagt hij geen badge met zijn naam erop (plus in kleine letters eronder waar ik ‘m van ken). “Mán!” zeg ik dan maar, “Héééé ... mán!” Er ontstaat een hartelijk gesprek zonder inhoud en pas als ik thuiskom weet ik weer wie hij is. Ik speel de ontmoeting in de beslotenheid van mijn woonkamer na en in de herhaling weet ik zijn naam meteen. Het is een veel beter gesprek dan ik zojuist in werkelijkheid voerde. Wat ben ik ontspannen, wat praat ik vloeiend, lang niet zo houtepopperig als daarnet.

Je leeft maar één keer en dat is voor mij één keer te weinig. Mijn wens is dat ik sociale interacties van tevoren mag oefenen, zoals voetballers trainen voor ze een wedstrijd spelen. Eerst repeteren, daarna echt en wat er fout ging tijdens de repetitie zet ik tijdens de uitvoering recht. 

Erik Jan Harmens (1970) is schrijver en dichter. Hij schrijft elke week een column over prikkels en andere zaken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden