James Worthy Beeld Agata Nowicka

Mijn vrouw en ik gaan voor de Nobelprijs voor ruziën

Plus James Worthy

Mijn vrouw en ik hebben niet vaak ruzie, maar als we het hebben gaan we voor de Nobelprijs.

Ik sta met een parasol in mijn handen in het zand en zij is aan het zuchten. Ik kan best veel dingen, maar het plaatsen van een parasol is niet voor mij weggelegd. Mijn vader heeft het me nooit geleerd. Ik druk de punt in het zand en begin de stok de grond in de draaien.

“Je doet het niet goed.”

“Jawel, maar het zand is te zacht.”

“Moet ik het aan een andere man vragen? Aan die man daar bijvoorbeeld? Zijn gezin zit heerlijk onder een parasol.”

“Nee, ik kan dit wel. Ik ben geen opgever.”

“Sinds wanneer?”

“Wacht maar, schat. Ik duw dit ding zo diep het zand in dat ik de aardkern een piercing geef.”

“Natuurlijk, jongen.”

Mijn vrouw is zeven jaar ouder en als iets niet lukt, noemt ze me steevast jongen.

Ik kan dit. Ik kan dit. Kom op, ik heb zeven jaar over mijn havo gedaan en ik heb twee studies niet afgemaakt. Ik ben de slimste man die ik ken. Of in ieder geval de slimste jongen.

“Het is niet erg dat je dit niet kan. Jij kan andere dingen.”

“Wat kan ik dan?” vraag ik.

“Jij kan met katten praten. En de afwasmachine in en uitruimen. En je bent goed in dingen voelen. Spanningen en zo. Je bent ook goed in fooi geven. En in soep­ballen draaien.”

“Dit kan ik ook, maar ik begrijp het gewoon niet. We gaan naar het strand voor de zon. Waarom hebben we een parasol nodig? Ik vind het onnodig.”

“Je weet dat ik niet tegen de zon kan.”

“Wat doen we hier dan? Ik houd niet van miniatuursteden en daarom gaan we niet naar Madurodam. Begrijp je?”

“Jongen, ga geen scène schoppen. Ik vermorzel je.”

Ik pak de parasol op en gooi het ding zo ver mogelijk van ons af.

“Consider de scène getrapt, schat.”

Ze loopt boos richting de parkeerplaats en moppert nog iets over dat de kapper mijn haar te kort heeft geknipt. En ik schreeuw iets terug over dat ik haar boerenkoolsoep helemaal niet zo lekker vind. Ze draait zich om en kijkt naar me zoals tuinmannen naar een molshoop kijken. En ik kijk naar haar zoals mollen naar alles kijken. Heel moeilijk.

Twintig minuten later loopt ze het strand weer op met een boodschappentas. Ze lacht als ze ziet dat de parasol staat. Een andere man heeft me ermee geholpen, maar dat hoeft mijn vrouw niet te weten.

“Ik ben geen opgever,” zeg ik.

“Dat weet ik, jongen.”

“Wat voor boodschappen heb je gedaan?”

“We eten vanavond boerenkoolsoep.”

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug.

Reageren? james@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden