Theodor Holman Beeld Artur Krynicki

Mijn vriend Sentimentaliteit verpest vaak de dag

Plus Theodor Holman

Soms ben ik bang voor de poëzie waarin mijn kleindochter zich lijkt te hullen. Zelfs als ze huilt lijken haar tranen de woorden in een klein treurig gedichtje. Mijn angst is dat ik haar te mooi vind, te lief ook, terwijl ik tegelijkertijd besef dat dit niet zo is.

Ik ben bang dat ze breekt.

“Wat heb ik nou gezegd, Bloem! Niet op Koos gaan zitten. Hij is een hond, geen paard.”

“Hij is mijn paard!”

“Ga je boterham eten!”

Die laatste zin is een vlucht­route de discussie met haar niet te hoeven aangaan. Als ik Koos duidelijk had kunnen maken dat hij even voor paard moet spelen, desnoods een pony, dan zou ik dat hebben gedaan. Niet dat ik ook maar één moment denk dat Koos naar me zou luisteren.

Sentimentaliteit is een slordig geklede vriend die hier bijna elke dag koffie komt drinken en me domme vragen stelt waardoor mijn dag vaak verpest wordt.

“Wat een mooie kleindochter heb je toch. Ben je niet benieuwd hoe ze over dertig jaar eraan toe is, als jij er niet meer bent?”

Ik antwoord niet.

“Zeg Theodor, denk je dat ze zich jou later nog zal herinneren? En wat zal ze zich dan herinneren? Een oude lul die alleen maar televisie kijkt?”

Daar geef ik ook geen antwoord op.

“Zullen we naar Artis gaan, Bloem?” vraag ik.

“Ben ik al geweest.”

“Met wie dan?”

“Met andere oma en opa.”

Omdat Koos uit moet, gaan we richting het kleine speeltuintje in de Falckstraat. Ze wil de riem van Koos vasthouden. Koos, riem en Bloem zien er weer uit als een prachtige zin die iets uitdrukt wat ik in gewone taal niet kan. Zeker niet nu mijn vriend Sentimentaliteit weer achter me loopt met z’n vragen.

“Ben je eigenlijk wel een goede opa? Wat vind je zelf? Je ziet je kleinkinderen toch eigen­lijk te weinig?”

“Hier blijven met Koos!” roep ik keihard. Bloem gaat richting straat en Koos trekt aan de riem. Ze schrikt van mijn stem. En huilt weer.

“Schatje, niet huilen. Opa was bang dat je de stoep zou afgaan.”

“Ik ga de stoep niet af!”

Het lukt me om mijn vriend van me af te schudden. Maar opeens is hij terug.

“Dit zijn de momenten waarop je je eigen ouders mist, hè? Om ze Bloem te laten zien.”

Ik knik per ongeluk.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden