Natascha van Weezel Beeld Agata Nowicka

Mijn vriend komt uit 030, ik uit 020. Welke stad is beter?

Plus Natascha van Weezel

Mijn vriend is een geboren en getogen Utrechter. Ik woon al mijn hele leven in Amsterdam. Sinds het begin van onze relatie zijn we dan ook in een strijd verwikkeld over de vraag welke stad beter is. Hoewel dit geschil vooral grappig bedoeld is, heeft het wel ­degelijk een ­serieuze ondertoon: als we ooit willen samenwonen, zal een van ons moeten verhuizen.

We zijn net naar een concert in TivoliVredenburg ­geweest en ik zit bij hem achterop de fiets. “In ­Amsterdam heb je tenminste nog keuze uit de Ziggo Dome, Afas Live en de Arena. Utrecht is zó saai met ­jullie ene concertzaaltje,” zeg ik plagerig. Ik word ­onderbroken door een luide stem. “Hé, jij daar.” Ik kijk verbaasd om. “Jij, ja. Stop even dan!” Achter ons fietst een jongen van een jaar of twintig. Zijn zwarte krullen vallen over zijn gezicht. Hij klinkt agressief, al kan het ook assertief bedoeld zijn. Ik voel me nogal kwetsbaar op de smalle bagagedrager.

De jongen rijdt nog wat harder en wijst naar mijn ketting met de hanger van een Davidster. “Hé, jij, Israël!” roept hij nu. “Hé… Israël.” Ik leg mijn hand automatisch op de ketting, in een poging hem te verbergen. Ik ben niet bang aangelegd als het op antisemitisme aankomt, maar je hoort de laatste tijd steeds vaker dat het niet overal meer veilig is om je openlijk als Jood te profileren. Het feit dat hij mij aanspreekt met ‘Israël’ klinkt nog niet meteen geruststellend.

“Israël. Hé, Israël!” De jongen weet van geen ophouden. “Rijd door,” sommeer ik mijn vriend nerveus. De jongen achter ons rijdt sneller. Zijn gezicht is nu vlak bij de mijne. “Wacht nou even. Jij hebt toch die televisie-serie gemaakt over jongeren in Israël?” Ik knik. “Ik vond je serie supervet, man,” zegt de jongen. “Als moslim ben ik blij dat jij duidelijk maakt dat we helemaal geen ­vijanden zijn. Wij zijn gewoon broeders, man. Geef me een boks.”

Ik sluit mijn vuist en druk mijn hand opgelucht tegen de zijne. “Heel goed, tik ’m aan.”

Onze vuisten raken elkaar nogmaals vriendschappelijk.

Ik schaam me wel een beetje. Als vermeend gutmensch zeg ik altijd tegen anderen dat ze moeten ­uitkijken met vooroordelen en nu blijk ik zelf geen haar beter. “Over één ding heb je alleen ongelijk,” vervolgt de jongen. O nee, zou hij nu alsnog in discussie willen over de politieke situatie in het Midden-Oosten?

“Utrecht is veel beter dan Amsterdam, man. Kun je de volgende keer dat je op tv bent please zeggen dat 030 de beste is?”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden