Natascha van Weezel Beeld Agata Nowicka

Mijn vader zal nooit meer een feestje meemaken

Plus Column Natascha van Weezel

Ik open het raam van de slaapkamer. Een frisse bries verjaagt de muffige geur. Buiten tjilpen de vogels. De aprilzon schijnt door de mintgroene gordijnen heen. In de binnentuinen geven de buren een feestje. Ik hoor druk geroezemoes en bierflesjes die sissend worden geopend.

Mijn vader ligt in bed. Hij is er al meer dan een week niet meer uit geweest. Zijn wereld, die altijd zo ruim was, is zo klein geworden als de slaapkamer. We luisteren samen naar de geluiden die van buiten ­komen. "Vroeger hield ik ook van feestjes," zegt hij met een zwakke stem.

Ik knijp zachtjes in zijn hand, omdat we allebei weten dat hij nooit meer een feestje zal mee­maken. Op de gang praten mijn ooms op gedempte toon met de huisarts.

De grote hoeveelheid vocht in zijn buik, veroorzaakt door uitzaaiingen, borrelt en pruttelt. Het geluid doet denken aan de bubbels in een jacuzzi.

Opeens komt daar een irritant gebrom bij. Ik kijk zoekend om me heen. "Is vast een wesp," zegt mijn vader wat ongerust. Een wesp in april? Ik denk zelf eerder aan een bromvlieg, maar als ik even later het gordijn opzijschuif, zie ik inderdaad een groot geel-zwart gestreept insect.

Ik schrik. Vanwege mijn allergie ben ik zelf doodsbang voor wespen, maar nu denk ik alleen aan mijn ­vader. Dat beest moet hier zo snel mogelijk weg. Papa ligt daar hulpeloos en kan geen kant op. Een wespensteek is het laatste wat hij kan gebruiken.

Eerst zwaai ik onhandig met mijn armen, waardoor het dier hoger begint te vliegen. Nu raakt mijn vader ook in paniek. "Doe het raam dicht! Straks komen er nog meer wespen binnen," smeekt hij. Ik probeer de wesp inmiddels met stoffer en blik te vangen. Ook die poging mislukt jammerlijk.

Dan herinner ik me dat mijn moeder altijd anti-insectenspray in het keukenkastje bewaart. Ik race naar de keuken en kom terug met een rode spuitbus. Ik richt de spray op het beest en spuit onophoudelijk.

Het is een taai diertje. Ik spuit, en ik spuit, en ik spuit. Toch blijft de wesp omhoog kruipen. Uiteindelijk zakt hij in elkaar, bedolven onder een soort dikke laag van chemisch zeepsop.

Uitgeput zak ik in de stoel naast het bed van mijn ­vader. Voor wespen kan ik hem in elk geval nog ­behoeden. Ik zou er werkelijk alles voor overhebben
om hem ook te kunnen beschermen tegen dat andere naderende onheil.

Maar moeders bewaren in hun keukenkastje nou eenmaal geen sprays die kunnen voorkomen dat vaders doodgaan.

Natascha van Weezel (32) is journalist. Elke dinsdag schrijft ze een column voor Het Parool.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden