Natascha van Weezel Beeld Agata Nowicka

Mijn vader gaf zijn auto’s namen

Plus Natascha van Weezel

We zitten in stilte naast elkaar, mijn moeder, onze ­familievriend Rudi en ik. Het enige wat we horen is het gebrom van de motor en de wielen die over het asfalt denderen. Het is druk op de weg. Een vrachtwagen voegt in zonder richting aan te geven. Het navigatie­systeem meldt dat we over vierhonderd meter van de snelweg af moeten. De garage is vlakbij. Vandaag gaan we mijn vaders auto verkopen.

Mijn vader kocht de zilvergrijze Peugeot in de zomer van 2017. Hij was net 66 geworden en wilde het wat ­rustiger aan doen qua werk. Hij droomde over reizen met mijn moeder, naar Italië, Frankrijk of Oost-Europa. Daar kwam een nieuwe auto goed bij van pas. Hij had de vreemde gewoonte om zijn auto’s namen te geven. Aangezien dit een Frans exemplaar betrof, noemde hij hem liefkozend François.

In de jaren negentig kreeg mijn vader een leaseauto van de zaak, een Volkswagen. Mijn oma vond het maar niets dat we een Duitse auto hadden, en dan ook nog van een merk dat fout was geweest tijdens de oorlog. Bij wijze van grap kreeg de wagen daarom de bijnaam Adolf.

Ik was nog klein en had geen idee hoe beladen die naam was, dus vroeg ik op een dag in een druk café of ik Adolf mocht wassen. Vanaf dat moment heette de auto Dolfje.

Op de basisschool kwam mijn vader me iedere vrijdagmiddag met Dolfje ophalen om ‘papadag’ te vieren. Waar we op die middagen heen gingen, weet ik niet meer, maar het staat me helder voor de geest dat we ­samen naar de Rabo Top 40 luisterden via de autoradio. Ook zal ik nooit vergeten dat we in Parijs honderd rondjes om de Arc de Triomphe reden, omdat mijn vader de drukke rotonde niet durfde te verlaten.

De meeste mensen die een lift kregen van mijn vader, waren bang dat ze hun eindbestemming nooit zouden bereiken. Hij reed namelijk een beetje slordig. Meestal schakelde hij te laat naar een hogere versnelling. Hij was continu aan het appen achter het stuur en parkeerde doorgaans half op straat. Toch voelde ik me altijd veilig naast hem.

We komen aan bij garage Van Mossel in Noord. Rudi parkeert mijn vaders auto. Voor het eerst staat hij kaarsrecht. Binnen een half uur wordt de auto getaxeerd. We mogen hem meteen achterlaten. De papieren worden in orde gemaakt en de deal beklonken. Ik haal de laatste spulletjes uit het dashboardkastje en controleer de achterbak. Voordat we met de pont naar huis gaan, aai ik François nog één keer over zijn zilvergrijze dak.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden