Mijn vader droomde vaak over wraak

PlusTheodor Holman

Ik heb het al eens eerder geschreven: mijn ouders vonden het een zegen dat Amerika op 6 en 9 augustus 1945 twee atoombommen op Hiroshima en Nagasaki gooide, waarna Japan zich overgaf.

Vermoedelijk had Japan zich anders ook wel snel overgegeven. Tokio was in maart 1945 bijna weggebombardeerd en Japan leed op de eilanden ook verliezen.

Maar de toestand in de Jappenkampen was onmenselijk en daarom vonden mijn ouders de atoombommen te rechtvaardigen.

Maar er kwam nog iets anders bij.

Wraak.

Een familielid schreef mijn vader dat de ‘Japanse sadisten’ bij het proces in Tokio in 1948 ‘goed waren weggekomen’. Anders gezegd: er waren te weinig doodvonnissen uitgesproken en te veel hoge functionarissen bleven ongestraft.

‘Wraak is geen hoogstaand motief,’ schreef mijn vader terug. ‘Wraak houdt valse beloftes in. Die van genoegdoening bijvoorbeeld. Je denkt dat door wraak te nemen het verdriet en de pijn die je hebt opgelopen verdwijnen of verminderen. Dat is even zo. Maar zou ik nu kunnen leven met het besef dat ik de moordenaar van mijn vader zou hebben gedood?’ Even later schrijft mijn vader: ‘Wraak is een visioen. In het kamp lazen we de psalmen. Vooral psalm 109 : ‘Laten zijn kinderen wezen worden en laat zijn vrouw weduwe worden. Laten zijn kinderen overal rondzwerven en bedelen en ver van hun verwoeste plaatsen voedsel zoeken.’ Dat gaf ons moed. We prevelden deze woorden als we tijdens onze arbeid werden geslagen. We wilden echt dat hun kinderen wezen werden en hun vrouw weduwe. En misschien is dat wel gebeurd. Maar het geeft mij in ieder geval geen genoegdoening. Wat dan wel? Niks.’

Overigens vond mijn vader ook dat er in Tokio te weinig ‘Jappen’ werden gestraft voor hun oorlogsdaden. ‘Wie niet wordt gestraft, beseft niet dat hij iets fout heeft gedaan. Vergelding moet zin hebben.’

Ik weet dat hij, ondanks de mooie woorden, over wraak droomde of nadacht.

Dat zei hij weleens. Maar hoe dat dan moest, verzweeg hij. Het waren die gedachten die hem somber maakten. “Het is gek,” zei hij jaren later, “ik heb aan sommige mensen met wie ik samenwerk een grotere hekel dan aan die soldaat die mij sloeg. Ik denk weleens: waar zou die zijn? Hij was jonger dan ik. Leeft hij nog? Wat denkt hij? Wat dacht hij toen? Het was een Koreaan. Geen slimme jongen. Een vlegel.”

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden