Massih HutakBeeld Artur Krynicki

Mijn schermtijd: 44 procent meer dan de week ervoor

PlusMassih Hutak

Mijn schermtijd was vorige week 44 procent meer dan de week ervoor, aldus het wekelijkse verslag van hoeveel tijd ik doorbreng op m’n telefoon, van mijn telefoon. 

Natuurlijk zijn dit uitzonderlijke tijden, waarin wij ons ook nog eens in een uitzonderlijke luxepositie bevinden, maar toch voel ik die stijging van 44 procent wel. En daar zit nog niet eens bij hoe lang ik die week op m’n laptop of naar de televisie heb gekeken.

Ik relativeer mijn hard gestegen schermtijd onmiddellijk met het excuus dat ik veel werkdingen, of het nou songtekst, gesproken tekst of geschreven tekst is, bijna uitsluitend op m’n telefoon schrijf. 

En dan heb ik nog De Mails. En dan heb ik nog YouTube en WhatsApp. En dan heb ik nog mijn favoriet: Instagram.

Aan (video)bellen, op een enkele uitzondering na, doe ik bij voorkeur niet. Het maken van muziek beperk ik tot mijn laptop. Films en series kijk ik het liefst op een te grote televisiescherm. Boeken lees ik sinds kort op een Kindle, maar lange artikelen en columns gaan toch allemaal via de telefoon.

Al het bovenstaande zou ik zonder gene kunnen verdedigen als ‘werkgerelateerd’ of ‘onderzoek’. Maar het feit dat mijn reflex is om ‘schermtijd’ meteen voor mezelf goed te praten, geeft aan dat het iets ongemakkelijks is. Vooral nu. 

We zitten de hele tijd binnen, gaan alleen voor het hoognodige de deur uit en als ik langer ga nadenken over zo’n melding, vraag ik me af hoe het dan bijvoorbeeld zit met mijn ‘luistertijd’, mijn ‘doorvraagtijd’, mijn ‘oogcontacttijd’, mijn empathie, dankbaarheid en solidariteit? Hoe zijn die gestegen of gedaald ten opzichte van vorige week? Hoe meet ik dat?

Schermtijd voelt als iets waar ik me voor moet verantwoorden. Niet voor schamen per se, maar ik moet het van mezelf aan mezelf kunnen uitleggen. Nogmaals: vooral nu.

 Voor mijn gevoel correspondeert ‘schermtijd’ namelijk met hoeveel tijd ik doorbreng op social media. 

En daar moet ik op letten van mezelf. In mijn geval is dat alleen nog maar Instagram, iets dat ik met veel plezier doe en waar ik dus regelmatig obsessief urenlang kan doorscrollen.

Overigens kan ik ook dat prima onderbouwen als ‘werk’ en ‘onderzoek’, maar het feit dat ik dit herhaal, zegt genoeg.

Ik overleg mijn decadente luxeprobleem met Lievelingsmeisje en we belanden in een discussie over de vraag of een pandemie gebaat of geschaad is bij het internet. Complex. Maar: gebaat. 

Nadat we straks hebben geklapt voor al het supermarkt- en openbaarvervoerpersoneel, mogen we dat ook gaan doen voor alle kritische journalisten. Nu iedereen een deskundige is en er zoveel uiteenlopende informatie op zo’n hoog tempo op ons wordt afgevuurd, zijn zij onze rots in de branding. Dank jullie wel.

Natuurlijk refereert een stijging in zoiets als ‘schermtijd’ aan hoe ongelofelijk gezegend wij zijn. En voor de duidelijkheid: niemand anders kijkt ooit mee naar de melding over m’n schermtijd, noch krijg ik er ooit vragen van iemand over, tenzij ik er zelf over begin.

Zoals nu.

Rapper en schrijver Massih Hutak (28) schrijft columns voor Het Parool.

Reageren? m.hutak@parool.nl

Lees ook:

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden