Natascha van Weezel. Beeld Artur Krynicki
Natascha van Weezel.Beeld Artur Krynicki

Mijn onwaarschijnlijke vriendschap met Tino Martin

PlusNatascha van Weezel

Wat betekent vrijheid voor jou? Deze vraag werd me de afgelopen weken tientallen keren gesteld. Wat mij betreft altíjd een relevante kwestie, maar rondom Bevrijdingsdag lijkt iedereen zich erin te verdiepen. Af en toe antwoordde ik iets obligaats: “Vrijheid is niet vanzelfsprekend,” zei ik dan. Of: “Het is het kostbaarste dat we hebben.”

Soms formuleerde ik scherper: “Je kunt alleen vrij zijn als je anderen hun vrijheid niet ontneemt.” En: “Vrijheid betekent dat je als columnist alles kunt schrijven zonder in de gevangenis te belanden.” Woorden die ik meen, maar die tegelijkertijd toch eerder uit mijn hoofd dan uit mijn hart kwamen.

Op bevrijdingsdag werd ik door het Nationaal Comité 4 en 5 mei uitgenodigd om een gelivestreamd concert van Tino Martin bij te wonen op vliegbasis Gilze-Rijen. Een maand eerder had ik op uitnodiging van datzelfde comité namelijk een korte documentaire gemaakt met deze volkszanger. Hij was ‘Ambassadeur van de Vrijheid’ en wilde meer leren over de Tweede Wereldoorlog. Vierentwintig uur lang gingen we samen op pad. Ik vertelde hem over mijn Joodse familiegeschiedenis. Hij kon alles vragen wat hij wilde.

Tino en ik moesten erg aan elkaar wennen. Hij was lichtelijk beledigd dat ik niet wist wie hij was: zijn populairste nummer was immers elf miljoen keer bekeken op YouTube en hij had in een uitverkocht Olympisch Stadion gestaan. Ik raakte op mijn beurt geïrriteerd omdat hij herhaaldelijk zei dat hij het zo vervelend voor me vond dat ik nog steeds boos was vanwege de Holocaust: “Ik gun je dat je het loslaat.” Waarom begrijpt die sukkel me niet, dacht ik.

Érgens vertederde hij me ook. Tino had een busje met geblindeerde ramen, een flatscreentelevisie en een ronddraaiend Nespresso-apparaat geregeld om mij een zo comfortabel mogelijke reis te bezorgen. Maar pas de volgende ochtend, bij ons bezoek aan Herinnerings­centrum Kamp Westerbork, gebeurde er iets bijzonders tussen ons. Vlak bij het treinspoor kreeg de stoere zanger plotseling tranen in zijn ogen. Hij vroeg of ik naast hem wilde komen staan.

Toen we elkaar op 5 mei weer zagen, vloog hij me letterlijk om de hals – gelukkig waren we allebei negatief getest op corona. “Lieve schat, ik heb zoveel aan je gedacht de laatste tijd,” riep hij. “Door jou begrijp ik dat 76 jaar nog helemaal niet lang geleden is.”

Tijdens zijn concert nodigde hij me uit om mee te doen met zijn grootste hit Zij weet het. Ik stond doodsangsten uit: ik kan totaal niet zingen. Toch pakte ik zijn hand en betrad ik het podium. Ik klonk zo vals als een kraai. Het maakte me niet uit, want opeens vóelde ik wat vrijheid daadwerkelijk voor me betekent: vriendschap sluiten met iemand die totaal anders in het leven staat dan ik. Bij voorkeur al lachend, zingend en dansend.

Natascha van Weezel (1986) is journalist. Elke maandag schrijft ze een column voor Het Parool.

Reageren? natascha@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden