Column

Mijn oma zat verstopt in de nies die ontsnapte

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (36) probeert in Het Parool van maandag, woensdag en vrijdag iets van het leven te begrijpen.

James Worthy Beeld Agata Nowicka

De laatste woorden van Willem van Oranje waren: "Mijn God, mijn God, heb medelijden met mij en met dit arme volk."

De laatste woorden van revolutionair Pancho Villa waren: "Laat het niet zo eindigen! Vertel maar dat ik iets gezegd heb."

En de laatste woorden van mijn grootmoeder waren: "Ik vind het verschrikkelijk jammer dat we nooit samen hebben geklaverjast."

Het mooie aan de laatste woorden van mijn oma vond ik de combinatie van spijt, zelfbeschuldiging en verwijt. Klaverjassen was haar favoriete spel. Ik wist dit en toch speelden we enkel maar de spellen die ik wilde spelen. Yahtzee, mens-erger-je-niet en monopoly.

Ik heb iets met dobbelstenen, want dobbelstenen liegen niet. Zo gooi ik elke ochtend een dobbelsteen in de wasbak van onze badkamer. Als ik een 1 gooi, heb ik een slechte dag en als ik een 6 of een 5 gooi, heb ik een goede dag. Meestal gooi ik een 3. De dobbelsteen heeft altijd gelijk.

Ik geloof ook echt dat, als je de mens opensnijdt en je de ribbenkast openzaagt, je een dobbelsteen ziet op de plek waar je een hart had verwacht. Dat kloppen wat je hoort en voelt is niet je hart, maar het harde gestuiter van een dobbelsteen.

Wat ik met dobbelstenen heb, had mijn oma met kaarten. Ze was onverslaanbaar. Oma geloofde in kaarten. Ik zag de bokalen en de prijzenpakketten op haar keukentafel staan; ze was de Michael Phelps van het klaverjassen.

En toch wilde ik het spel niet leren. Ik dacht namelijk dat klaverjassen iets voor oude mensen was. Net als kerstkaarten sturen, sudokuboekjes, de Tros en handvatten op toiletmuren.

Een week na de dood van mijn oma klaverjaste ik voor het eerst. In een vakantiehuisje met mijn schoonfamilie. Met een rode pen schreef ik 'B9A10' op de binnenkant van mijn rechterhand. Boer, negen, aas, tien. En toch verloor ik alles.

Ik wilde stoppen, maar toen gebeurde het. Ik had het gevoel dat ik moest niezen, maar net toen ik wilde niezen, verdween de kriebel en hoefde ik niet meer. Dat was mijn oma. Ik wilde dat het mijn oma was. Ze zat verstopt in de nies die ontsnapte. En sindsdien laat ik nooit meer iets ontsnappen.

"Ik vind het verschrikkelijk jammer dat we nooit samen hebben geklaverjast." Ik hoor die woorden nog elke dag. En het steekt als ik ze hoor, alsof ik niet met mijn mond maar met mijn oren aan het degenslikken ben. Dus ik oefen en ik oefen, want ooit gaan mijn oma en ik samen klaverjassen.

Maar eerst zal ik haar moeten vinden. De hemel schijnt nogal groot te zijn. Een bungalowpark bestaande uit miljarden witte huisjes. Ik zal haar zoeken en ik zal haar niet vinden. En ik zal ongetwijfeld opgeven.

Wederom zal mijn oma de nies zijn die ontsnapte. Maar dan kijk ik naar de binnenkant van mijn rechterhand, loop naar bungalow B9 en maak harten troef.

Reageren? james@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden