Reza Kartosen-Wong.Beeld Artur Krynicki

Mijn oma’s aversie tegen Japan verdween

PlusReza Kartosen-Wong

‘Aduh, ik eet toch geen sushi. Alleen die geur al doet me denken aan de Jap.” Ik kan me deze woorden van mijn oma nog goed herinneren. Het was 2004, we zaten in een Japans restaurant in Vancouver om de dertigste verjaardag van mijn zus te vieren. “Omie, jangan gitu dong!” Mijn zus en ik maakten duidelijk dat ze dat niet kon zeggen. Gelukkig verstond het personeel geen Nederlands, hoewel ze het denigrerende ‘Jap’ misschien wel begrepen.

Zo nu en dan vertoonde mijn oma afkeer van alles wat Japans was, net als veel andere Indische Nederlanders die tijdens de Tweede Wereldoorlog hadden geleden onder de Japanse bezetting. Zo waren er familieleden en familievrienden die er niet over piekerden een televisie van Sony of auto van Toyota te kopen, ook al boden die meer kwaliteit tegen een lagere prijs.

Zelden vertelde mijn oma over de oorlogsjaren in Nederlands-Indië. En nog steeds spreken veel Indische Nederlanders daar nauwelijks over. Aan hen werd, toen ze na de oorlog naar Nederland kwamen, te verstaan gegeven dat ze niet moesten klagen over de Japanse bezetting. In Nederland telde alleen het door Duitsers aangedane leed; voor de oorlog in Azië had men hier geen belangstelling, en ook nu weten Nederlanders weinig over wat zich daar heeft afgespeeld.

Maar lees Indo waarin Marion Bloem de verschrikkingen beschrijft die Indische Nederlanders, waaronder veel onschuldige burgers, meemaakten in de Japanse interneringskampen en daarbuiten. Of lees Levenslang Oorlog van onderzoeksjournalist Griselda Molemans over de zogenaamde ‘troostmeisjes’, de honderdduizenden meisjes en vrouwen die door het Japanse leger gedwongen werden tot prostitutie. Deze verhalen moeten onderdeel worden van onze collectieve verbeelding van de Tweede Wereldoorlog.

In de jaren na het incident in het Japanse restaurant, begreep ik mijn oma’s ‘uitbarsting’ beter. Maar tegelijkertijd verdween mijn oma’s aversie tegen alles wat Japans was. Ze sprak niet meer van ‘Jappen’, zoals we ook niet meer spreken van ‘Moffen’. Ze was trots toen mijn dj-broer in Tokio moest draaien en blij met de Japanse souvenirs die hij meebracht, ze wilde een keer mee. En ze heeft nog verschillende keren genoten van sushi, zelfs op haar eigen verjaardag. Mijn oma was een sterke vrouw die haar oorlogservaringen uiteindelijk een plek wist te geven.

Deze dagen herinnert een tv-spotje van het Nationaal Comité 4 en 5 mei ons eraan dat we morgen het beëindigen van de Tweede Wereldoorlog en 75 jaar vrijheid vieren. Maar voor mijn oma – en daarmee het Koninkrijk der Nederlanden – was de oorlog pas voorbij op 15 augustus, toen Japan capituleerde. Dat mogen we nooit vergeten.

Reza Kartosen-Wong is mediawetenschapper en publicist. Elke maandag schrijft hij een column voor Het Parool.

Reageren? reza@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden