null Beeld Sjoukje Bierma
Beeld Sjoukje Bierma

Mijn moeder zat naast mijn vader en constateerde dat hij niet meer ademde

PlusMaarten Moll

Maarten Moll

Hij is gestorven.

Mijn moeder zat ’s ochtends in de kamer in haar stoel te puzzelen.

“Opeens hoorde ik hem niet meer.”

Ze is naast mijn vader gaan zitten aan het ziekenhuisbed voor het raam bij de voortuin.

“Het was tien voor half acht.”

Hij had net een dag ervoor een verlengd bed gekregen, omdat hij met zijn voeten tegen de bedrand aankwam. En dat lag niet lekker.

Mijn moeder zat naast mijn vader en constateerde dat hij niet meer ademde.

Ik had ze graag daar zien zitten met z’n tweeën. Ik denk dat dat wel een van de intiemste momenten uit een mensenleven is.

“Ik ben eerst gaan douchen, en toen ik weer beneden kwam heb ik nog een keer gekeken en gevoeld of hij wel echt dood was,” zei mijn moeder.

“Toen ben ik gaan bellen.”

We zaten in de kamer, twee van mijn broers met hun vrouwen, ik, M. en mijn moeder. In zijn bed mijn vier uur dode vader. Met verkrampte handen. Al een beetje vergeeld, en met een roze handdoek onder zijn kin.

“Zijn mond hing zo lelijk open,” zei mijn moeder.

Op een hoog tafeltje naast zijn bed zag ik zijn bril liggen, en zijn zakmes. En een apparaatje met een knopje dat Mustafa voor ze had gemaakt. Als mijn vader op het knopje drukte ging boven een deurbel, dan wist mijn moeder dat mijn vader haar nodig had.

“Moes heeft ook het kamerscherm meegenomen.”

Ik had me al afgevraagd waar dat scherm vandaan was gekomen. Het scherm dat mensen belette naar een stervende man te kijken, maar ook een scherm dat mijn vader het zicht op de tuin ontnam. De tuin die zo belangrijk voor hem was, waar hij zoveel tijd aan besteedde en waar hij zoveel fotografeerde.

Moes had het dus meegenomen. De man die al jaren allerlei klusjes voor mijn ouders opknapte.

“Ach, hij doet zoveel voor ons. Zijn vader is ook achter dat scherm gestorven.”

Daar zaten we. Bij dat scherm met al twee doden op zijn geweten.

Koffie. Bokkenpootjes.

Maar de verhalen bleven vooralsnog uit.

Verhalen over mijn vader. Over hoe hij zo mooi ‘Kloothommel!’ kon schreeuwen naar andere automobilisten.

Hoe hij in de oorlog een tijd zoek is geweest.

Het groene Hulkpak!

Geen idee wie dat verhaal de wereld in heeft geholpen, maar hij zou in D. carnaval hebben gevierd verkleed als de Hulk.

Een verhaal, zo ontzettend onwaarschijnlijk dat we er toch aan twijfelden.

Maar daar hadden we het niet over.

In de kamer lag onze dode vader, en mijn moeder vertelde dat hij een dag eerder drie uur op de rand van het bed had gezeten en dat ze hem er niet weer in had gekregen.

“Ik wil niet meer,” had hij steeds maar gezegd. Het dekentje dat mijn moeder om zijn schouders wilde leggen had hij kribbig weggeslagen.

Die middag ging hij aan een pompje met slaapmedicatie.

Dat wilde hij wel.

“Maar dan moet u wel gaan liggen,” zei de dokter, “anders kunt u niet sterven.”

“Hij gaat dan niet meer wakker worden,” zei mijn broertje toen hij me vanuit D. belde.

M. en ik stonden net voor Bagels & Beans in Oostpoort.

Binnen bestelde ik een bagel met zalm.

“Weet je nog dat hij zalm wilde, de laatste keer dat we hem zagen,” zei M. “Misschien is dat wel het laatste dat hij at.”

Ik nam een hap van mijn bagel. Het was net of ik in mijn vader beet.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden